Toelichting op de balans per 31 december 2025

Toelichting op de balans per 31 december 2025

Immateriële vaste activa

Boekwaarde per 1 januari 2025

Vastgoedbeleggingen (in € )

Software (licenties)

2025

2024

882.637

0

Verkrijgingsprijs

0

0

Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen

0

0

Stand per 1 januari

0

0

Mutaties

Investeringen

882.637

0

Afschrijvingen

0

0

Totaal mutaties 2025

882.637

0

Boekwaarde per 31 december

Verkrijgingsprijs

882.637

0

Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen

0

0

De immateriële vaste activa bestaat uit activering van investeringen die voortvloeien uit de implementatie van een nieuw ERP systeem. Het ERP systeem is per balansdatum nog niet in gebruik genomen, derhalve wordt op deze post nog niet afgeschreven.

Vastgoedbeleggingen

DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Vastgoedbeleggingen (in € )

DAEB vastgoed in exploitatie

Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

2025

2024

2025

2024

Stand per 31 december

3.251.607.495

3.106.336.579

319.241.279

302.744.063

Verkrijgingsprijzen

1.080.723.508

988.822.852

169.640.995

169.361.740

Cumulatieve herwaarderingen

2.056.780.829

1.797.712.275

142.703.222

119.924.929

Cumulatieve afschrijvingen en herwaarderingen

-31.167.758

-13.893.474

-9.600.154

-10.085.749

Stand per 1 januari

3.106.336.579

2.772.641.653

302.744.063

279.200.920

Mutaties

Investering in bestaand bezit

32.373.707

33.886.825

534.993

1.092.642

Desinvestering: verkopen bestaand bezit

-7.528.115

-2.003.728

-820.067

-681.905

Voorziening onrendabele top renovaties

-13.513.310

-13.746.060

-263.039

-169.434

Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling

2.763.051

58.391.673

-

-

Mutatie leegwaarde

-524.557

-859.946

524.557

859.946

Herclassificatie DAEB / niet-DAEB

1.830.376

2.930.949

-1.830.376

-2.930.949

Herclassificatie naar voorraad

-1.336.731

-2.284.501

-763.502

-262.630

Herclassificatie naar vastgoed in ontwikkeling

-13.851.013

-1.702.935

-182.666

-

Mutatie actuele waarde

145.057.082

259.082.649

19.297.741

25.635.473

Totaal mutaties 2025

145.270.490

333.694.926

16.497.641

23.543.143

Boekwaarde per 31 december

Verkrijgingsprijzen

1.116.029.322

1.080.723.508

169.135.968

169.640.995

Cumulatieve herwaarderingen

2.162.387.694

2.056.780.829

158.974.392

142.703.222

Cumulatieve afschrijvingen en herwaarderingen

-26.809.521

-31.167.758

-8.869.081

-9.600.154

De in de verloopoverzichten weergegeven herclassificaties hebben betrekking op sfeerovergangen tussen DAEB en niet-DAEB als gevolg van nieuwe contracten. De herclassificaties hebben voor zover het sfeerovergangen betreft van DAEB naar niet-DAEB, niet geleid tot een andere waarderingsgrondslag, en hebben daarom géén effect op vermogen of resultaat.

Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling betreft de balanswaarde van de woningen die gesloopt zijn gedurende het boekjaar en die is ingebracht in het sloopproject.

Uitgangspunten marktwaarde

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat van eengezins- en meergezinswoningen is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en/of schattingen. Het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode). De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario.

Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan.

De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van 15 jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.

  • Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.

  • Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.

Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van onderstaande macro-economische parameters (input). Ten behoeve van de vergelijkbaarheid zijn de macro-economische parameters in de waardering ultimo 2023 eveneens toegelicht, maar enkel in geval deze parameters afwijken van de waardering ultimo 2024:

Marktwaarde (in €)

2025

2024

Waarderings-
variant

Totaal

3.570.848.774

3.409.080.642

Eengezinswoningen

1.547.040.832

1.467.560.911

full

Meergezinswoningen

1.928.871.873

1.857.073.787

full

Studenteneenheden

11.093.891

9.863.901

full

Bedrijfsmatig onroerend goed

7.493.661

6.516.387

full

Maatschappelijk onroerend goed (incl. zorg)

44.305.698

37.896.447

full

Parkeergelegenheden

32.042.819

30.169.209

full

Parameters woongelegenheden en parkeergelegenheden

2024

2025

2026

2027

2028

Disconteringsvoet - garagebox

7,21%

7,16%

Prijsinflatie

3,6%

2,6%

2,2%

2,2%

2,0%

Looninflatie

6,6%

4,9%

4,2%

3,3%

3,3%

Bouwkostenstijging

6,6%

4,9%

4,2%

3,3%

3,3%

Leegwaardestijging

2,3%

3,1%

3,9%

2,0%

2,0%

Gemiddelde instandhoudingsonderhoud per vhe -
EGW doorexploiteren

€ 2.249

€ 2.322

Gemiddelde instandhoudingsonderhoud per vhe -
EGW uitponden

€ 1.352

€ 1.397

Gemiddelde instandhoudingsonderhoud per vhe -
MGW doorexploiteren

€ 2.120

€ 2.190

Gemiddelde instandhoudingsonderhoud per vhe -
MGW uitponden

€ 1.458

€ 1.500

Gemiddelde instandhoudingsonderhoud per vhe - Student doorexploiteren

€ 1.064

€ 983

Gemiddelde instandhoudingsonderhoud per vhe - Student uitponden

€ 1.064

€ 798

Instandhoudingsonderhoud - parkeerplaats

€ 122

€ 127

Instandhoudingsonderhoud - garagebox

€ 152

€ 155

Beheerkosten per vhe - EGW

Handboek

Handboek

Beheerkosten per vhe - MGW

Handboek

Handboek

Beheerkosten per vhe - Studenteenheid

Handboek

Handboek

Beheerkosten - parkeerplaats

Handboek

Handboek

Beheerkosten - garagebox

Handboek

Handboek

Gemeentelijke OZB (% van de WOZ)

Beverwijk

Handboek

Handboek

Bloemendaal

Handboek

Handboek

Haarlem

Handboek

Handboek

Heemskerk

Handboek

Handboek

Heemstede

Handboek

Handboek

Zandvoort

Handboek

Handboek

Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten
(% van de WOZ) - Woongelegenheden

Handboek

Handboek

Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten
(% van de WOZ) - Parkeergelegenheden

Handboek

Handboek

Huurderving (% van de huursom)

Handboek

Handboek

Verkoopkosten (% van leegwaarde)

Handboek

Handboek

Gemiddelde mutatiekans bij doorexploiteren

6,39%

5,80%

Disconteringsvoet - EGW

7,34%

6,85%

Disconteringsvoet - MGW

7,09%

6,74%

Disconteringsvoet - Studenteneenheid

6,33%

6,03%

Disconteringsvoet - parkeerplaats

7,15%

7,05%

Inschakeling taxateur

In het verslagjaar is het volledige bezit gewaardeerd door een externe taxateur. De externe taxateur heeft 1/3e deel volledig gewaardeerd en 2/3e deel voorzien van een markttechnische update. De externe taxatie vindt plaats door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering is onderbouwd en vastgelegd zijn in het bezit van Pré Wonen en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.

Toepassing vrijheidsgraden

Pré Wonen heeft voor haar vastgoedbezit de full versie van het Handboek toegepast. Voor de gehanteerde vrijheidsgraden is zoveel als mogelijk aansluiting gezocht bij het document “Best Practices vrijheidsgraden behorende bij het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde”, dat tot stand is gekomen op basis van een samenwerking tussen diverse gespecialiseerde partijen.

De hierna genoemde vrijheidsgraden hebben betrekking op de mate van afwijking ten opzichte van de basisvariant.

Gehanteerde vrijheidsgraden

Woongelegenheden

BOG/MOG/ZOG

Parkeergelegenheden

Exploitatiescenario

Nee

n.v.t.

Nee

Vrijheidsgraad

Toegepast

Toegepast

Toegepast

Schematische vrijheid

Nee

Ja

Nee

Exit yield

Ja

Ja

Ja

Leegwaarde (stijging)

Ja

n.v.t.

Ja

Disconteringsvoet

Ja

Ja

Ja

Onderhoud

Ja

Ja

Ja

Technische splitsingskosten

Nee

Nee

Ja

Mutatie- en verkoopkans

Ja

Nee

Nee

Bijzondere uitgangspunten

Nee

Nee

Nee

Erfpacht

Nee

Nee

Nee

Bandbreedtes vrijheidsgraden (per vhe)1

2025

2024

Mutatie- en verkoopkans

4,00%

12,00%

4,00%

13,00%

Woongelegenheden

Van

Tot

Van

Tot

Markthuur

€ 570

€ 2.605

€ 553

€ 3.107

Per maand

Leegwaarde

€ 2.361

€ 8.680

€ 2.500

€ 8.680

Per m2 per jaar

Disconteringsvoet

4,50%

13,00%

5,10%

12,75%

Onderhoud doorexploiteren

€ 1.099

€ 3.151

€ 1.209

€ 2.630

Per jaar

Onderhoud uitponden

€ 825

€ 2.350

€ 904

€ 2.117

Per jaar

Mutatie- en verkoopkans

4,00%

20,00%

4,00%

20,00%

Achterstallig onderhoud

€ 0

€ 60.000

€ 0

€ 60.000

Beklemmingen

Zie verdere toelichting

BOG/MOG/ZOG

Van

Tot

Van

Tot

Markthuur

€ 53

€ 163

€ 50

€ 158

Per m2 per jaar

Disconteringsvoet

5,05%

9,50%

5,15%

10,00%

Onderhoud

€ 8

€ 12

€ 7

€ 12

Per m2 per jaar

Parkeergelegenheden

Van

Tot

Van

Tot

Markthuur

€ 55

€ 170

€ 50

€ 160

Per maand

Leegwaarde

€ 15.000

€ 37.000

€ 14.500

€ 35.000

Disconteringsvoet

5,25%

8,00%

5,25%

9,25%

Onderhoud

€ 62

€ 252

€ 60

€ 246

Per jaar

1 Voor een correcte weergave van de meerderheid van onze portefeuille zijn studenteneenheden niet meegenomen in de bandbreedtes.

Schematische vrijheid

Deze vrijheidsgraad is toegepast bij het BOG/MOG/ZOG-bezit. Op basis van de unieke kenmerken van het bezit, zoals contractvoorwaarden en het soort mogelijke huurders, heeft de taxateur inschattingen gemaakt per BOG/MOG/ZOG type voor respectievelijk de looptijd bij herziening, mutatiekans, mutatieleegstand en huurvrije periode.

Exit yield

Deze vrijheidsgraad is toegepast. Wij achten in samenspraak met de extern taxateur een inschatting van de exit yield op basis van het model van taxateur (waarbij onder meer de aanwezige huurpotentie als uitgangspunt wordt gehanteerd) beter passend en hiermee leidend tot meer marktconforme waarderingsuitkomsten.

Leegwaarde

Deze vrijheidsgraad is toegepast bij woongelegenheden en parkeergelegenheden. De leegwaarde is voor de gehele portefeuille bepaald op basis van referenties rekening houdend met de kenmerken van het object. Hierbij is gebruik gemaakt van de LeegWaarde Indicator van ValueMetrics/Amwoco (LWI). De leegwaarde is beoordeeld en bijgesteld waar nodig. Voor wat betreft de vrijheidsgraad leegwaardedaling is aansluiting gezocht bij het marktwaardeoverleg van de regio Noordelijke Randstad.

Disconteringsvoet

Deze vrijheidsgraad is toegepast. Wij zijn in samenspraak met de taxateur van mening dat de disconteringsvoet die tot stand komt op grond van de basisversie onvoldoende recht doet aan de afwijkende risicoprofielen van de complexen onderling. De taxateur heeft daarom per complex een inschatting gemaakt van de disconteringsvoet.

Mutatie- en verkoopkans

Deze vrijheidsgraad is toegepast voor woongelegenheden. In beginsel geldt de vijfjarige historische mutatiegraad als uitgangspunt.

Onderhoud

Deze vrijheidsgraad is toegepast. Voor het bepalen van de onderhoudsnormen is gebruik gemaakt van de Vastgoed Taxatiewijzer van Koëter, versie 2024. Hierbij wordt ten opzichte van de handboeknormen meer onderscheid aangebracht tussen verschillende bouwtypen en installaties. In het uitpondscenario wordt daarnaast gerekend met de 25-jaarsonderhoudsnorm en in het doorexploitatiescenario met de norm voor meer dan 25 jaar. Deze onderhoudsnormen zijn voor de gehele portefeuille toegepast rekening houdend met de oppervlakte van de woningen.

Bijzondere omstandigheden

Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Erfpacht

Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Exploitatiescenario

Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Schattingen

Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop zowel door interne als door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen zijn gebaseerd, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening. Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters voor de waardering van woningen op de reële waarde is de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen.

Schattingen in de marktwaarde in verhuurde staat

Scenario

Effect op Marktwaarde (x € 1.000)

In % van de Marktwaarde

Exit yield

+ 0,5%-punt

-56.053

-1,57

- 0,5%-punt

90.877

2,54

Leegwaarde

+ 10%

217.614

6,09

- 10%

-171.242

-4,80

Alle indexcijfers

+ 1%-punt

951.012

26,63

- 1%-punt

-333.746

-9,35

Leegwaardeontwikkeling eerste jaar

+ 1%-punt

18.691

0,52

- 1%-punt

-18.309

-0,51

Leegwaardeontwikkeling ieder jaar

+ 1%-punt

221.533

6,20

- 1%-punt

-147.992

-4,14

Markthuur

+ 10%

55.073

1,54

- 10%

-22.150

-0,62

Mutatiegraad

+ 1%-punt

143.353

4,01

- 1%-punt

-166.284

-4,66

Disconteringsvoet

+ 0,5%-punt

-170.804

-4,78

- 0,5%-punt

274.256

7,68

Overdrachtskosten

+ 1%-punt

-41.245

-1,16

- 1%-punt

42.346

1,19

Verloopoverzicht marktwaarde 2024 – 2025

In onderstaande tabel is het waarde verloop (uitgesplitst naar DAEB en Niet-DAEB) weergegeven. Per onderdeel zal hierop een korte toelichting worden gegeven.

Verloop marktwaarde 2024-2025

DAEB

niet-DAEB

Totaal

Percentage marktwaarde 2025 t.o.v. 2024

104,68%

105,45%

104,75%

Marktwaarde 2024

3.106.337

302.744

3.409.081

Voorraadmutaties

-23.494

-3.320

-26.814

Vastgoedgegevens

87.421

6.410

93.831

Methodische wijzigingen handboek en validatie

9.566

-

9.566

Parameteraanpassingen als gevolg van marktontwikkelingen

71.777

13.408

85.185

Marktwaarde 2025

3.251.607

319.242

3.570.849

De mutatie van de marktwaarde is als volgt toe te lichten:

Voorraadmutaties

DAEB

niet-DAEB

Totaal

Verkoop / sloop / overig weg

-30.215

-1.277

-31.492

Nieuwbouw / aankoop / overig nieuw

4.675

-

4.675

Wijziging waarderingsmodel

-

3

3

Classificatiewijzigingen

2.046

-2.046

-

Subtotaal voorraadmutaties

-23.494

-3.320

-26.814

In 2025 zijn 214 VHE's uit exploitatie gegaan met een gemiddelde marktwaarde van € 145.502. Daarnaast zijn er 18 nieuwe verhuureenheden in exploitatie gekomen met een gemiddelde marktwaarde van € 259.734.

Mutatie vastgoedgegevens

DAEB

niet-DAEB

Totaal

Subtotaal mutatie vastgoedgegevens

87.421

6.410

93.831

Oppervlakte, type en overige basisgegevens

268

413

681

Contracthuur en leegstand

55.104

5.823

60.927

Maximale huur

28.374

228

28.602

Mutatiegraad

1.215

133

1.348

WOZ-waarde

-4.110

-294

-4.404

Achterstallig onderhoud

-66

-66

Contractgegevens BOG/MOG/ZOG

-263

107

-156

Complexdefinitie en verkooprestricties

6.899

6.899

De gemiddelde contracthuur van woongelegenheden is gestegen van € 642,71 naar € 676,91. Het gemiddelde percentage leegstand van woongelegenheden is gedaald van 2,62% naar 1,21%.

De gemiddelde maximale huur excl. opslag van woongelegenheden is gestegen van € 1.015,67 naar € 1.093,54.

Methodische wijzigingen handboek en validatie

DAEB

niet-DAEB

Totaal

Subtotaal methodische wijzigingen handboek en software

9.566

-

9.566

Contracthuur €0 zonder leegstand als leegstand geinterpreteerd

9.566

-

9.566

Parameterwijzigingen als gevolg van marktontwikkelingen

DAEB

niet-DAEB

Totaal

Subtotaal methodische wijzigingen handboek en software

71.777

13.408

85.185

Macro-economische parameters

1.155

54

1.209

Liberalisatiegrens

-

-

-

Mutatiegraad uitponden

-1.770

524

-1.246

Reguliere huurstijging

-25.481

-1.805

-27.286

Markthuur

11.160

703

11.863

Markthuurstijging

8.328

421

8.749

Leegwaarde

64.339

11.633

75.972

Leegwaardestijging

-47.835

-4.842

-52.677

Splitsingskosten

-273

-41

-314

Verkoopkosten

-2

-17

-19

Instandhoudings- en mutatieonderhoud

-9.202

-385

-9.587

Beheerkosten

-3.918

-181

-4.099

Belasting en verzekeringen

633

-9

624

Disconteringsvoet

84.180

8.702

92.882

Exit Yield

-9.537

-1.349

-10.886

Parameterwijzigingen als gevolg van marktontwikkelingen

  • De ontwikkeling van de macro-economische parameters laat een wisselend beeld zien. Per saldo hebben de leegwaardeontwikkeling, de reguliere huurstijging, maar ook de stijging van de markthuur en daling van de disconteringsvoet de grootste impact op de marktwaarde.

  • De gemiddelde mutatiegraad uitponden van woongelegenheden is nagenoeg gelijk gebleven.

  • Het gemiddelde instandhoudingsonderhoud doorexploiteren van woongelegenheden is gestegen van € 2.155 naar € 2.226 en heeft een negatieve impact op de waardeontwikkeling van ca. - €9,5 mln

  • De gemiddelde exit yield doorexploiteren van woongelegenheden is gestegen van 4,23% naar 4,36%.

  • De gemiddelde exit yield uitponden van woongelegenheden is gelijk gebleven (3,78%). Deze ontwiklkelign van de EY heeft een dempend effect op de marktwaardeontwikkeling van ca -€10,8 mln

Uitgangspunten beleidswaarde

De beleidswaarde betreft de actuele waarde van het vastgoedbezit in exploitatie, gebaseerd op een sociale disconteringsvoet en voortdurende exploitatie volgens het huidige beleid van Pré Wonen. De bepaling van de beleidswaarde betreft een schatting die derhalve schattingsonzekerheden in zich heeft.

De beleidswaarde van bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed alsmede van parkeergelegenheden wordt gelijkgesteld aan de marktwaarde in verhuurde staat.

Voor woongelegenheden wordt de beleidswaarde bepaald op basis van een contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen gebaseerd op voortdurende exploitatie. De waardering vindt op complexniveau plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in Bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025’). De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed.

  • Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd, gebaseerd op een exploitatieperiode van zestig jaar. Dit betekent dat de inkomsten en uitgaven over deze termijn worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar balansdatum.

  • De gehanteerde disconteringsvoet over boekjaar 2025 bedraagt 4,22% voor het DAEB bezit en 4,76% voor het niet-DAEB bezit.

  • In de beleidswaarde wordt uitgegaan van voortdurende exploitatie (een doorexploiteer-scenario), derhalve wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld voorgenomen verkopen of sloop van vastgoed in exploitatie.

  • De (huur)opbrengsten worden geschat op basis van de intern bepaalde streefhuur vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie, rekening houdend met de geldende wettelijke kaders.

  • Inrekening van toekomstige onderhoudslasten voor instandhoudingsonderhoud en mutatie onderhoud is gebaseerd op de eigen onderhoudsbegroting, waarbij geldt dat:

  • de onderhoudsbegroting is gebaseerd op de onderhoudscyclus van het object op basis van instandhouding, voortvloeiend uit de door Pré Wonen vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting. Voor zover ingrijpende verbouwingen niet in deze meerjarenonderhoudsbegroting. zijn opgenomen, worden hiermee samenhangende instandingshoudingskosten geschatte uitgaven eveneens tot het onderhoud gerekend.

  • de verplichting tot het verduurzamen van woningen met een E,F of G label is ingerekend conform de tabel in paragraaf 9.2.4.3 van het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025.

  • Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten op basis van een gemiddelde norm welke is gebaseerd op een inschatting van het langjarige kostenniveau. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheer- activiteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ in de resultatenrekening

Pré Wonen heeft bij de bepaling van de beleidswaarde uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde. De uitgangspunten zijn nader opgenomen in de toelichting op de balans.

De beleidswaarde ultimo 2025 bedraagt € 1.988.220.829.

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

Gemiddelde streefhuur per maand voor:

DAEB

Niet-DAEB

Aantal woningen met een EFG-label

1.616

36

Eengezinswoningen

831,83

1.578,69

Meergezinswoningen

744,41

1.422,02

Kamers

256,03

n.v.t.

Woonwagen(standplaatsen)

345,31

n.v.t.

Norm beheerlasten per jaar per woning

1.022,60

1.022,60

Ingerekende gemiddelde jaarlijkse onderhoudslast per woning

3.541,54

3.533,73

Totaal ingerekende afslag voor woningen met een EFG-label

12.406.261

210.278

Streefhuur

Het streefhuurbeleid van Pré Wonen is gebaseerd op het uitgangspunt dat het huurbeleid moet bijdragen aan een goede balans tussen enerzijds de betaalbaarheid voor onze huidige en toekomstige doelgroepen en anderzijds onze nieuwbouw-, verduurzamings- en onderhoudsambities. Het huurbeleid resulteert binnen de DAEB tak in een gemiddelde streefhuur van gemiddeld 71 ,7% ten opzichte van maximaal redelijk.

Onderhoud

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • Reparatie- en klachtenonderhoud

  • Mutatieonderhoud

  • Contractonderhoud

  • Planmatig onderhoud

De in de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB) opgenomen geschatte lasten inzake Reparatie- en klachtenonderhoud alsmede mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex.

Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.

Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de MJOB van Pré Wonen. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.

Pré Wonen beschikt over een MJOB voor 60 jaar. Deze MJOB wordt gebruikt bij het opstellen van de meerjarenbegroting voor 10 jaar. De meerjarenbegroting is goedgekeurd door het bestuur en de Raad van Commissarissen.

De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Pré Wonen conditiemetingen. Hiertoe hanteert Pré Wonen een periodieke actualisatie. Eens in de 3 jaar wordt ieder complex opgenomen.

Bij het opstellen van de MJOB houdt Pré Wonen rekening met actuele prijspeil data gebaseerd op de door de toezichthouder voorgeschreven indexaties.

De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex.

De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.

In de MJOB houdt Pré Wonen rekening met de volgende cycli:

Type

Periodiciteit

(Warm)watermeter vervangen

10 jaar

Legionella

Jaarlijks

CV-vervanging

18 jaar

Schilderwerk

5 tot 8 jaar (afhankelijk van de kwaliteit van de kozijnen en de ligging van het complex)

Vervangen intercom/videofoon

20 jaar

Periodieke keuring elektr. Installaties

4 jaar

Vervangen mechanische ventilatie

18 jaar

Andere werkzaamheden in de MJOB worden ingepland aan de hand van de conditiescore:

  • Gevelonderhoud

  • Onderhoud Daken

  • Automatische deuren

  • Liftonderhoud (niet regulier werkzaamheden)

  • Standleidingen, riolering

  • Funderingsonderzoek

De MJOB is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwingen, renovaties, sloop, nieuwbouw en verkoop. Ten behoeve van de beleidswaarde die gebaseerd dient te worden op een 60 jaren doorlopende exploitatieperiode zijn de volgende correcties doorgevoerd op de MJOB:

  • De levensduur van de complexen is verlengd naar 60 jaar

  • Binnen de portefeuille is in de meerjarenbegroting 2026 een aantal sloopcomplexen opgenomen, waarvoor in een aantal gevallen het onderhoud afgebouwd is richting voorgenomen sloopmoment. Om de fictie van continue exploitatie zoveel mogelijk te benaderen, hebben wij voor deze complexen onderhoudsbeleid ingerekend afgeleid van vergelijkbare complexen welke niet op de slooplijst staan.

  • Ingrijpende verbouwingen en renovaties zijn niet aangepast in de MJOB daar Pré Wonen van mening is dat de complexen waarop dit van toepassing is geen significante invloed hebben op het totaal van de MJOB van Pré Wonen.

  • Nieuwbouw in ontwikkeling en verkoop is buiten beschouwing gelaten.

Zoals hiervoor aangegeven kent de MJOB een horizon van 60 jaar. Hiermee voldoet Pré Wonen aan de termijnen zoals gebruikt dienen te worden bij het bepalen van de onderhoudsnorm.

Zoals hiervoor aangegeven kent de MJOB een horizon van 60 jaar. Hiermee voldoet Pré Wonen aan de termijnen zoals gebruikt dienen te worden bij het bepalen van de onderhoudsnorm.

EFG-labels

Pré Wonen heeft nog 1.652 (waarvan 138 met monumentenstatus) eenheden waarop een EFG-label van toepassing is. Voor deze complexen is in de MJOB een aparte post opgenomen. Deze post is niet meegenomen in de totstandkoming van de onderhoudsnorm ten behoeve van de beleidswaarde, omdat voor deze eenheden een modelmatige afslag wordt toegepast.

Achterstallig onderhoud

In de marktwaarde is voor € 27.961.407 aan uitgaven opgenomen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud. Dit is niet opgenomen in de onderhoudsnorm in de beleidswaarde.

Beheerlasten

De beheerlastennorm is gebaseerd op de door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde Meerjarenbegroting 2026 - 2035.

Sensitiviteitsanalyse

De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2025:

Gevoeligheidsanalyse beleidswaarde

Parameters

Mogelijke afwijking

Effect op beleidswaarde (bandbreedte) (x €1.000)

Effect op beleidswaarde % (bandbreedte)

Beleidshuur

- €25% tot +€25

-€99.730 tot €61.973

-5,0% tot +3,1%

Lasten onderhoud

- €100% tot +€100

-€60.544 tot €60.544

3,0% tot - 3,0%

Lasten beheer

- €100% tot +€100

-€60.544 tot €60.544

3,0% tot - 3,0%

Disconteringsvoet

- 0,5%-punt tot + 0,5%-punt

-€198.833 tot €235.119

11,8% tot - 10,0%

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (in €)

31-12-2025

31-12-2024

Boekwaarde per 31 december

90.428.011

91.444.649

Verkrijgingsprijzen

50.457.451

51.952.201

Cumulatieve herwaardering

40.987.198

33.269.945

Boekwaarde per 1 januari

91.444.649

85.222.146

Mutaties

Terugkoop - hiko

-2.268.582

-1.494.750

Terugkoop - herwaardering

-1.824.411

-770.183

Aanpassing marktwaarde

3.076.355

8.487.436

Totaal mutaties 2025

-1.016.638

6.222.503

Verkrijgingsprijzen

49.440.813

50.457.451

Herwaarderingen

40.987.198

40.987.198

Indien een eerder onder voorwaarden verkochte onroerende zaak wordt teruggekocht vindt herclassificatie plaats van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar onroerende zaken in exploitatie en/of opgenomen onder de voorraden Vastgoed bestemd voor de verkoop. De onroerende zaken worden dan gewaardeerd tegen de marktwaarde. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken bij terugkoop wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening.

In 2025 zijn er geen woningen (2024: 0) verkocht met terugkoopverplichting. Daarnaast zijn er 15 woningen teruggekocht (2024: 8) en is geen woning afgekocht (2024: 1). Het grootste deel van de contracten is gebaseerd op de Pré Koopregeling waarbij geldt, dat er sprake is van een verleende korting van 25% en een terugkooprecht voor Pré Wonen. Het aantal woningen verkocht onder voorwaarden bedraagt ultimo 2025 totaal 320 (2024: 335).

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (in €)

31-12-2025

31-12-2024

Boekwaarde per 31 december

37.766.698

3.738.546

Verkrijgingsprijzen

9.952.844

38.996.457

Herwaarderingen

-6.214.298

-3.407.851

Boekwaarde per 1 januari

3.738.546

35.588.606

Mutaties

Investeringen

33.503.663

33.004.911

Afwaardering sloop

-6.653.257

-1.702.935

Overboeking naar voorziening

-8.154.116

-2.806.446

Afwaardering voorbereidingskosten

-1.406.911

-2.467.462

Overige waardeveranderingen

-

-1.189.390

Overboeking uit exploitatie

19.501.823

1.702.935

Overboeking naar exploitatie

-2.763.051

-58.391.673

Totaal mutaties 2025

34.028.152

-31.850.060

Verkrijgingsprijzen

52.135.112

9.952.844

Herwaarderingen

-14.368.414

-6.214.298

Investering in het boekjaar bedraagt € 33,5 miljoen en heeft grotendeels betrekking op Schrijvers fase 1 (opgeleverd) en Aart van der Leeuw fase 2 (€ 16,2 miljoen), Winkelcentrum Schalkwijk (€ 11,1 miljoen). De geactiveerde bouwrente bedraagt totaal € 447.595 (2024: € 857.672). Gemiddelde rentevoet is 1,99% gebaseerd op de gemiddelde kostenvoet van het vreemd vermogen.

In 2025 zijn 112 woningen (2024: 9 woningen) voor de tweede fase van het Aart van der Leeuwstraat overgeboekt vanuit exploitatie omdat deze niet meer duurzaam verhuurd worden en het sloop besluit genomen is. De grondwaarde is als onderdeel van het nieuwbouwproject tegen sociale kavelprijs geactiveerd.

In het boekjaar is 1 project opgeleverd, Jacob Geelstraat, waarvan de stichtingskosten voor totaal € 2,7 miljoen zijn overgeheveld naar MVA in exploitatie.

De afwaardering van voorbereidingskosten betreft € 1,1 miljoen en investeringen die in mindering zijn gebracht op de voorziening onrendabele investeringen en herstructurering betreffen € 8,2 miljoen.

Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie (in €)

31-12-2025

31-12-2024

Boekwaarde per 31 december

4.477.437

4.380.786

Verkrijgingsprijzen

15.383.525

15.042.874

Cumulatieve waardevermindering

-8.221.071

-8.221.071

Cumulatieve afschrijvingen

-2.781.668

-2.566.600

Boekwaarde 1 januari

4.380.786

4.255.203

Mutaties

Investeringen

336.727

340.651

Verkrijgingsprijs desinvesteringen/buitengebruikstellingen

-12.591

0

Afschrijving desinvesteringen/buitengebruikstellingen

12.591

0

Afschrijvingen

-240.076

-215.068

Totaal mutaties 2025

96.651

125.583

Verkrijgingsprijzen

15.720.252

15.383.525

Cumulatieve waardevermindering

-8.221.071

-8.221.071

Cumulatieve afschrijvingen

-3.021.744

-2.781.668

De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de eigen exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode. Hierbij wordt rekening gehouden met een eventuele restwaarde, onder toepassing van de componentenbenadering en gebaseerd op de volgende verwachte gebruiksduur:

  • grond geen afschrijving;

  • kantoorgebouwen lineair 10 - 50 jaar;

  • installaties/inventaris lineair 10 jaar;

  • vervoermiddelen lineair 5 jaar;

  • automatisering lineair 3 - 5 jaar.

Financiële vaste activa

Latente belastingvordering (in €)

31-12-2025

31-12-2024

4.179.997

4.068.920

Latente belastingvordering

4.179.997

4.068.920

Bij een aantal jaarrekeningposten is sprake van tijdelijke verschillen tussen de waardering van activa en passiva volgens jaarrekeninggrondslagen en fiscale grondslagen. Verder is sprake van fiscaal compensabele verliezen. De hieruit voortvloeiende latente belastingvorderingen worden hierna toegelicht:

Materiële vaste activa in exploitatie

De grondslag bedraagt het commercieel-fiscale verschil, zoals deze ook zou zijn gehanteerd bij de nominale latentiewaardering. Echter, bij de waardering tegen contante waarde tendeert de latentie naar nihil. De verhuureenheden worden aangehouden met een exploitatiebestemming, waarbij als uitgangspunt is gehanteerd dat de gronden na de exploitatieduur worden ingebracht in een sloop/nieuwbouwproject. Om deze reden vindt een contante waardering plaats tegen een oneindige levensduur en vindt er zeer waarschijnlijk geen fiscale afwikkeling plaats.

Herinvesteringsreserve

De fiscale verkoopopbrengsten gedurende het boekjaar 2025 zijn gedoteerd aan de herinvesteringsreserve. Het saldo van de HIR wordt in boekjaar 2025 niet volledig aangewend. Naar verwachting zal het restant van de herinvesteringsreserve binnen de termijn van 3 jaar worden aangewend. Gezien de reserve in mindering wordt gebracht op de fiscale waarde van de materiële vaste activa in exploitatie welke contant wordt gemaakt tegen een oneindige looptijd, tendeert deze latentie eveneens naar nihil.

Afschrijvingspotentieel materiële vaste activa in exploitatie

Voor onroerende zaken in exploitatie met een fiscale boekwaarde boven de bodemwaarde (100% van de WOZ-waarde) is fiscale afschrijving mogelijk. Gezien er commercieel niet wordt afgeschreven, bedraagt het commercieel-fiscale verschil in het afschrijvingspotentieel ultimo 2025 € 1.844.964. Het nominale verschil per eenheid is contant gemaakt tegen de resterende fiscale looptijd met een maximum van 50 jaar.

Materiële vaste activa in ontwikkeling

De materiële vaste activa in ontwikkeling omvat nieuwbouwprojecten, waarbij de gronden van gesloopt vastgoed in bezit of aangekochte grond wordt ingebracht. De op te leveren eenheden zullen in exploitatie worden genomen, waardoor het commercieel-fiscale verschil contant wordt gemaakt tegen een oneindige looptijd en de latentie nihil bedraagt.

Onderhanden projecten

Per einde van het boekjaar bedraagt zowel het fiscale als commerciële saldo nihil, waardoor er geen sprake is van een latentie.

Voorraad

Voorraad grondposities

De per einde boekjaar aanwezige grondposities zijn allen aangetrokken met het doel om deze in te brengen in een vastgoed ontwikkelingsproject, waardoor de waarde naar verwachting zal worden opgenomen in de materiële vaste activa in exploitatie. Het commercieel-fiscale verschil wordt om deze reden contant gemaakt tegen een oneindige levensduur. De belastinglatentie tendeert naar nihil.

Voorraad woningen

De fiscale boekwaarden van de woningen in voorraad wijken, gezien de andere waarderingsgrondslag, af van de commerciële boekwaarden. Het commercieel-fiscale verschil bedraagt ultimo 2025 -/- € 196.087 (nominaal: -/- € 50.590). De nominale waarde is contant gemaakt voor een periode van één jaar, aangezien de woningen in 2026 worden verkocht.

Afschrijvingspotentieel MVA ten dienste van de exploitatie

Deze latentie ziet toe op het commercieel-fiscale verschil in de afschrijvingen van de materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie. Door afwijkende afschrijvingstermijnen en afwaarderingen wordt er fiscaal jaarlijks een hoger bedrag afgeschreven als commercieel. Het totale verschil in het afschrijvingspotentieel bedraagt € 1.844.964. De nominale waarde (€ 476.001) is contant gemaakt tegen de periode waarin fiscale afschrijving mogelijk is (11 jaar).

Waarde vastgoed verkocht onder voorwaarden

De nominale waarde van de latentie met betrekking tot de woningen verkocht onder voorwaarden (VOV) bedraagt 25,8% (VPB-tarief geldend vanaf 2022) van het fiscale saldo aan kooptussenvormen ultimo 2025 (€ 11.814.659). Het nominale bedrag is contant gemaakt voor de looptijd waarin de volledige portefeuille aan VOV-woningen is teruggekocht en daarmee definitief is afgewikkeld (18 jaar). Hierbij is rekening gehouden met de terug- en/of afkoop van 20 woningen per jaar.

Renteaftrekbeperking

Ook in 2025 is de rentelast niet volledig in aftrek genomen van het resultaat, door toepassing van earningstrippingmaatregel (renteaftrekbeperking). Het nog te verrekenen rentesaldo ultimo 2025 bedraagt € 25.704.818. De nominale waardering van € 6.631.843 wordt contant gemaakt tegen een oneindige looptijd, waardoor de latentie tot nihil tendeert.

Voorraden

Vastgoed bestemd voor verkoop

Vastgoed bestemd voor verkoop (in €)

31-12-2025

31-12-2024

4.998.425

3.651.817

Vastgoed bestemd voor verkoop

4.998.425

3.651.817

De voorraad woningen wordt ultimo 2025 gevormd door 25 woningen (2024: 14 woningen). Het betreft 5 aangekochte VOV-woningen en 20 woningen die uit de exploitatie zijn gehaald met de bestemming verkoop. De waardering is gebaseerd op extern verrichte taxaties. De verwachting voor 2026 is dat deze woningen zullen worden verkocht tegen de marktwaarde.

Grondposities

Grondposities (in €)

31-12-2025

31-12-2024

3.075.000

5.295.766

Grondposities

3.075.000

5.295.766

Ultimo 2025 betreft het 3 grondposities (2024: 4 grondposities), waarvan 2 grondposities met een bouwbestemming (2024: 3). De grondposities zijn gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde.

Vorderingen

Onder de vorderingen zijn geen posten opgenomen met een looptijd van langer dan een jaar.

Huurdebiteuren (in €)

31-12-2025

31-12-2024

641.254

594.133

Vertrokken huurders

126.287

101.474

Zittende huurders

752.045

695.179

878.332

796.653

Voorziening wegens oninbaarheid

-237.078

-202.520

Overheid (in €)

31-12-2025

31-12-2024

-

1.538

Overige vorderingen

-

1.538

Overige vorderingen (in €)

31-12-2025

31-12-2024

171.445

203.921

Overige vorderingen

171.445

203.921

Overlopende activa (in €)

31-12-2025

31-12-2024

1.524.295

835.786

Af te rekenen met huurders/ kopers

739

0

Vooruitbetaalde kosten

1.296.057

673.399

Overige overlopende activa

227.499

162.387

Liquide middelen

Liquide middelen (in €)

31-12-2025

31-12-2024

13.385.962

12.289.848

Rekeningen courant bankinstellingen

13.381.436

12.285.397

Deposito / spaarrekeningen

4.526

4.451

Eigen vermogen

Herwaarderingsreserve

De herwaarderingsreserve DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie betreft het positief verschil tussen de boekwaarde op basis van de marktwaarde (op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde) en de boekwaarde op basis van historische kosten exclusief afschrijvingen. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 1.284,5 miljoen (2024: 1.335,3 miljoen) in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Pré Wonen. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB vastgoed in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan DAEB woningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds-en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

Voor de realiseerbaarheid van de waarde van de onroerende zaken in exploitatie en het hiermee samenhangende deel van de herwaarderingsreserve verwijzen wij naar het bestuursverslag.

Herwaarderingsreserve (in €)

DAEB vastgoed in exploitatie

Niet DAEB vastgoed in exploitatie

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Totaal

Stand per 31 december 2025

2.162.387.694

158.974.392

42.095.043

2.363.457.129

Stand per 1 januari 2024

1.808.344.800

119.924.929

31.418.059

1.959.687.788

Mutatie herwaardering

248.436.028

22.778.293

9.425.041

280.639.362

Stand per 31 december 2024

2.056.780.828

142.703.222

40.843.100

2.240.327.150

Stand per 1 januari 2025

2.056.780.828

142.703.222

40.843.100

2.240.327.150

Mutatie herwaardering

105.606.866

16.271.170

1.251.943

123.129.979

Overige reserves (in €)

31-12-2025

31-12-2024

Stand per 31 december

396.772.586

218.387.226

Stand per 1 januari

218.387.226

636.737.853

Resultaatbestemming voorgaand boekjaar

301.515.342

-137.711.263

Mutatie naar herwaarderingsreserve

-123.129.979

-280.639.364

Resultaat boekjaar

Resultaat boekjaar (in €)

31-12-2025

31-12-2024

Stand per 31 december

157.598.651

301.515.342

Stand per 1 januari

301.515.342

-137.711.263

Resultaatbestemming voorgaand boekjaar

-301.515.342

137.711.263

Resultaat boekjaar

157.598.651

301.515.342

Het bestuur stelt voor om het resultaat aan de overige reserves toe te voegen.

Voorzieningen

Onrendabele investeringen en herstructureringen

Onrendabele investeringen en herstructureringen (in €)

31-12-2025

31-12-2024

17.055.262

6.141.011

DAEB vastgoed in exploitatie

8.051.841

2.554.888

DAEB vastgoed in ontwikkeling

9.003.421

3.586.123

De voorziening onrendabele investeringen betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten afgesloten ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwbouw huurwoningen, verduurzaming en/of renovaties waarvoor nog onvoldoende kosten zijn gemaakt om het bedrag daarop in mindering te brengen. De toevoeging aan de voorzieningen onrendabele investeringen betreft verschillende (sloop)nieuwbouwprojecten. De toevoegingen in exploitatie betreft de renovatie van de Heilige Hartschool, het complex gelegen aan de Munnikenweide en de complexen waarvan de EFG aanpak in uitvoering is.

De investeringen t.l.v. de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen betreffen de in minder gebrachte investeringskosten van de in het huidige boekjaar lopende en afgeronde (sloop-)nieuwbouw, renovaties en EFG aanpak.

De ontrekking/ terugname van waardevermindering betreft projecten waarvan de projecten minder verlieslatend zijn dan voorgaand jaar ingeschat. Een reden hiervoor kan stijgende marktwaardes in verhuurde staat na de ingreep zijn en/of lagere geprognotiseerde stichtingskosten.

DAEB vastgoed in exploitatie (in €)

31-12-2025

31-12-2024

Stand per 31 december

8.051.840

2.554.888

Stand per 1 januari

2.554.888

13.146.972

Toevoegingen

19.383.417

3.323.410

Onttrekking

-13.776.350

0

Investeringen t.l.v. ORT

-110.115

-13.915.494

DAEB vastgoed in ontwikkeling (in €)

31-12-2025

31-12-2024

Stand per 31 december

9.003.421

3.586.123

Stand per 1 januari

3.586.123

3.502.958

Dotatie

15.961.651

5.117.114

Onttrekking

-2.390.237

-704.232

Investeringen t.l.v. ORT

-8.154.116

-4.329.717

Overige voorzieningen

Overige voorzieningen (in €)

31-12-2025

31-12-2024

594.710

620.667

Voorziening deelnemingen

237.879

245.242

Overige voorziening

356.831

375.425

Voorziening deelnemingen (in €)

31-12-2025

31-12-2024

Stand per 31 december

237.879

245.242

Stand per 1 januari

245.242

247.571

Overige mutaties

-7.363

-2.329

In verband met de negatieve nettovermogenswaarde van de deelneming Woonwagenstandplaatsen Kennemerland B.V. en het feit dat Pré Wonen ten dele instaat voor de schulden van de deelneming op grond van een aansprakelijkheidsverklaring, is een voorziening gevormd ter grootte van de uit dien hoofde te verwachten verplichtingen. De voorziening wordt gevormd nadat eerst de andere financiële belangen in de deelnemingen zijn afgewaardeerd.

Overige voorziening (in €)

31-12-2025

31-12-2024

Stand per 31 december

356.831

375.425

Stand per 1 januari

375.425

356.500

Dotatie

57.668

28.035

Onttrekking

-76.262

-9.110

Dit betreft een voorziening loopbaanbudget. Deze op naam (per medewerker) opgebouwde voorziening wordt in 5 jaar opgebouwd (5 x € 900 per jaar per medewerker op te bouwen). De voorziening neemt af zodra er gebruik van wordt gemaakt of zodra de medewerker uit dienst gaat.

Langlopende schulden

Langlopende schulden (in €)

31-12-2025

Aflossings- verplichting 2026

Resterende looptijd 1 tot 5 jaar

Resterende looptijd > 5 jaar

768.413.982

5.591.728

76.572.962

686.249.292

Schulden aan overheid

20.020.799

6.775

20.007.249

0

Schulden aan kredietinstellingen

660.013.051

5.584.953

56.565.713

597.491.524

Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

88.308.435

-

-

88.308.435

Waarborgsommen

78.472

-

-

78.472

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na de afloop van het jaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. De aflossingsverplichting voor 2025 bedraagt € 5.591.728 (2024: € 15.760.135).

Er zijn geen schulden die als gevolg van het zich voordoen van bepaalde omstandigheden direct of binnen een jaar opeisbaar worden.

Voor een toelichting op de renterisico’s wordt verwezen naar paragraaf 'Financiële Instrumenten'.

De waarborgsommen worden uit hoofde van huurovereenkomsten van huurders BOG ontvangen en dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten. De waarborgsommen worden bij beëindiging van de huurovereenkomst verrekend. Er wordt geen rente toegerekend aan de waarborgsommen.

Er zijn geen contractuele hypothecaire zekerheden verstrekt aan overheden of kredietinstellingen inzake de langlopende schulden. De duur (duration) van de portefeuille bedraagt 13,2 jaar (2024: 15,6 jaar). De reële waarde van de leningenportefeuille ultimo 2025 bedraagt € 588 miljoen (in 2024: € 641 miljoen). Alle leningen zijn geborgd.

De gemiddelde rentevoet bedraagt:

  • Schulden aan overheid: 4,51% (2024: 4,51%)

  • Schulden aan kredietinstellingen 2,01% (2024: 1,91%)

Schulden aan overheid

Schulden aan overheid (in €)

31-12-2025

31-12-2024

Langlopend deel per 31 december

20.007.249

20.014.024

Stand per 1 januari

20.020.355

20.026.272

Aflossing

-6.331

-5.917

Stand per 31 december

20.014.024

20.020.355

Aflossingsverplichting komend boekjaar

-6.775

-6.331

Schulden aan kredietinstellingen

Schuld aan kredietinstellingen (in €)

31-12-2025

31-12-2024

Langlopend deel per 31 december

654.428.098

618.609.073

Stand per 1 januari

634.362.434

595.384.293

Nieuwe leningen

35.000.000

67.500.000

Mutaties roll-overlening

6.500.000

-2.500.000

Afschrijving agio

-89.248

-89.248

Aflossing

-15.760.135

-25.932.168

Stand per 31 december

660.013.051

634.362.877

Aflossingsverplichting komend boekjaar

-5.584.953

-15.753.804

Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Verplichtingen inzake onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (in €)

31-12-2025

31-12-2024

Stand per 31 december

88.308.435

89.335.900

Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht

50.457.452

51.952.202

Vermeerderingen / verminderingen

38.878.448

31.481.543

Stand per 1 januari

89.335.900

83.433.745

Af: teruggekochte onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

-2.268.582

-1.494.750

Terugkoop - herwaardering

-1.835.237

-770.183

Terugkoop - historisch kostprijs

3.076.354

8.167.088

Mutaties 2025

-1.027.465

5.902.155

Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht

48.188.870

50.457.452

Vermeerderingen / verminderingen

40.119.565

38.878.448

De woningen welke zijn verkocht met een verkoop onder voorwaarden (VOV)-constructie kennen een latente terugkoopverplichting of -recht. De verplichting en/of recht bestaat uit de aan de huidige bewoners in rekening gebrachte koopsom vermeerderd of verminderd met de te verrekenen waarde mutatie van de woning. De verwachte waarde mutatie is bepaald op basis van recente verkopen en de marktontwikkelingen. Tevens worden waardeontwikkelingen bij mutaties van VOV-woningen onder deze post verwerkt.

Waarborgsommen

Waarborgsommen (in €)

31-12-2025

31-12-2024

78.472

62.111

Waarborgsommen

78.472

62.111

Kortlopende schulden

Onder de kortlopende schulden zijn geen posten opgenomen met een looptijd van langer dan een jaar.

Aflossingsverplichtingen langlopende schulden

Aflossingsverplichtingen langlopende schulden (in €)

31-12-2025

31-12-2024

5.591.728

15.760.135

Schulden aan overheid

6.775

6.331

Schulden aan kredietinstellingen

5.584.953

15.753.804

Schulden aan leveranciers

Schulden aan leveranciers (in €)

31-12-2025

31-12-2024

7.193.072

5.239.431

Crediteuren

7.193.072

5.239.431

Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen

Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale (in €)

31-12-2025

31-12-2024

6.647.130

6.220.856

Vennootschapsbelasting

735.157

2.048.759

Omzetbelasting

5.050.702

3.466.086

Loonheffing

553.242

552.867

Pensioenen

308.029

153.144

De post vennootschapsbelasting betreft de naar verwachting te betalen belasting over het belastbaar bedrag van het boekjaar, rekening houdend met de fiscale faciliteiten en de fiscale waarderingsregels, berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten.

Overige schulden

Overige schulden (in €)

31-12-2025

31-12-2024

932.438

1.011.009

Vooruit ontvangen huren

932.438

1.011.009

Overlopende passiva

Overlopende passiva (in €)

31-12-2025

31-12-2024

13.708.199

12.342.417

Transitorische rente

6.886.442

6.891.790

Reservering verlofuren

619.191

506.680

Overige te verrekenen / nog te betalen kosten

5.003.663

4.198.705

Vooruitontvangen bedragen

1.198.903

745.242

In de vooruitontvangen bedragen is een bedrag van € 741.242 opgenomen met betrekking tot een ontvangen overheidssubsidie. In 2025 is besloten om af te zien van deze subsidie, waardoor als gevolg deze in februari 2026 is terugbetaald.

Financiële instrumenten

Algemeen

De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico's die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten.

Doelstellingen en beleid inzake beheer financiële risico's

In het treasurystatuut wordt het gebruik van niet complexe derivaten onder voorwaarden toegestaan. Binnen het treasurybeleid van Pré Wonen dient het gebruik van afgeleide financiële instrumenten ('derivaten') ter beperking van inherente financiële risico's. Op grond van het vigerende interne treasurystatuut is het gebruik van derivaten slechts toegestaan voor zover er een materieel verband met de financieringspositie of het belegde vermogen kan worden gelegd. Derivaten mogen niet worden gebruikt voor het innemen van een speculatieve positie. Over het boekjaar heeft Pré Wonen geen posities in derivaten gehad.

De belangrijkste risico’s uit hoofde van de financiële instrumenten van Pré Wonen zijn het kredietrisico, liquiditeitsrisico en renterisico (prijs- en kasstroomrisico en marktrisico). Het beleid om deze risico’s te beperken is als volgt.

Het beleid van de groep om deze risico's te beperken is als volgt.

Kredietrisico

Dit betreft het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen jegens Pré Wonen kunnen voldoen.

Pré Wonen maakt gebruik van meerdere banken als tegenpartij teneinde kredietrisico te spreiden. Limieten zijn formeel vastgelegd in het treasurystatuut en naleving daarvan wordt voortdurend gemonitord.

Verder handelt Pré Wonen enkel met kredietwaardige partijen en heeft zij procedures opgesteld om de kredietwaardigheid vast te stellen en de omvang van het kredietrisico bij elke partij te beperken.

Liquiditeitsrisico

Dit betreft het risico dat Pré Wonen over onvoldoende middelen beschikt om aan haar directe verplichtingen te kunnen voldoen. Relevante indicatoren voor het liquiditeitsrisico wat Pré Wonen loopt per 31 december 2025 zijn als volgt:

(x €1.000)

Openstaande verplichtingen m.b.t. onderhoud en investeringen ultimo 2025

63.214

Saldo liquide middelen

13.386

Bestedingsruimte roll-overlening

0

Kredietlimiet (nog niet benut)

2.000

Borgingsruimte WSW *

65.698

Beschikbare middelen ultimo 2025

81.084

De in bovenstaand overzicht opgenomen investeringsverplichting, betreft de thans contractueel aangegane investeringsverplichting voor projecten nieuwbouw- en renovatieprojecten. Dit betreft een meerjarige verplichting die opvraagbaar is naar rato van voortgang van de onderliggende projecten.

Investeringsverplichtingen worden uitsluitend aangegaan indien Pré Wonen zeker heeft gesteld dat hiervoor financiering beschikbaar is vanuit de meerjarenbegroting of is toegezegd.

Ter spreiding van het liquiditeitsrisico maakt Pré Wonen gebruik van meerdere banken. Voor zover noodzakelijk, worden nadere zekerheden verstrekt aan de bank voor beschikbare kredietfaciliteiten. De vervalkalender van de bestaande leningenportefeuille wordt constant gemonitord.

Het risico dat toekomstige kasstromen verbonden aan een monetair financieel instrument in omvang fluctueren is minimaal, aangezien de langlopende vorderingen en schulden grotendeels vastrentend zijn. Pré Wonen loopt geen liquiditeitsrisico uit hoofde van een derivatenportefeuille.

Renterisico (prijs- en kasstroomrisico's)

Pré Wonen loopt renteprijs- en rentekasstroomrisico’s over de rentedragende vorderingen (met name begrepen onder financiële vaste activa), liquide middelen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Pré Wonen maakt geen gebruik van derivaten om dit risico af te dekken.

In het renterisicoprofiel is het renterisico van Pré Wonen vanaf 2025 weergeven. Hieruit blijkt dat in geen enkel jaar het renterisico boven de 10% stijgt. In de financieringsstrategie is de doelstelling geformuleerd om jaarlijks een renterisico van maximaal 10% te hebben, met daarbij een herfinancieringsrisico van minimaal 4%.

Renteprijsrisico's leningen overheid en kredietinstellingen

Ter beoordeling van het renterisico dat de stichting loopt, zijn de leningen in onderstaand overzicht ingedeeld in groepen van overeenkomstige contractueel overeengekomen rentepercentages en looptijden (in duizenden euro’s):

Restant looptijd hoofdsom

tot 1%

1% tot 2%

2% tot 3%

3% tot 4%

> 4%

Totaal

Totale langlopende schulden

297.220.000

25.000.000

67.300.000

168.745.680

121.913.850

680.033.850

0 tot 5 jaar

15.000.000

-

0

600.000

51.571.465

67.171.465

6 tot 10 jaar

75.000.000

-

12.500.000

40.000.000

-

127.500.000

11 tot 15 jaar

60.000.000

-

-

-

40.000.000

100.000.000

16 tot 20 jaar

30.000.000

-

19.800.000

28.000.000

30.000.000

107.800.000

21 tot 25 jaar

72.220.000

-

-

-

-

72.220.000

> 25 jaar

45.000.000

25.000.000

35.000.000

75.000.000

-

180.000.000

Vastrentende leningen

297.220.000

25.000.000

67.300.000

143.600.000

121.571.465

654.691.465

Roll-overlening variabele hoofdsom

25.000.000

25.000.000

Totale leningenportefeuille

297.220.000

25.000.000

67.300.000

168.600.000

121.571.465

679.691.465

Niet opgenomen deel Roll-overlening variabele hoofdsom

-

-

Agio overgenomen leningen Zandvoort

145.680

342.385

488.065

De effectieve rentevoet van de leningen overheid en kredietinstellingen bedraagt gemiddeld 2,08% (2024: 1,99%).

Hierna worden de renterisico's van de leningenportefeuille per lening soort toegelicht:

Vastrentende leningen

De rente van de vastrentende leningen is voor de gehele looptijd gefixeerd dan wel tot het renteherzienings-moment. Het risico van deze leningen betreft:

  • op het moment van renteherziening indien de rente hoger dan wel lager is dan de oude contractrente;

  • de herfinanciering van de tussentijdse en eindaflossingen van de lening in een nieuwe lening met een hogere dan wel lagere rente.

Variabel rentende lening

De rente van de variabel rentende leningen (wekelijkse roll-over leningen met variabele hoofdsom) is gebaseerd op 1 weeks Euribor. De rente van de roll-over lening is opgebouwd uit het Euribor percentage en een kredietopslag.

De basisrenteleningen hebben een rentetarief dat bestaat uit twee componenten, zijnde een basisrente en een kredietopslag. De basisrente geldt voor de volledige looptijd van de leningen. De kredietopslag geldt voor de overeengekomen periode, waarbij de eerste minimale looptijd vijf jaar bedraagt. Na acht jaar dient een nieuwe kredietopslag met de bank overeengekomen te worden. De kredietopslag van de huidige basisrentelening bedraagt 20,5 basispunten.

Kasstroomrisico's leningen overheid en kredietinstellingen

Onderstaande vervalkalender van de leningenportefeuille geeft inzicht in de opbouw van onze leningenportefeuille (in duizenden euro’s):

Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt Pré Wonen risico ten aanzien van toekomstige kasstromen als gevolg van wijzigingen in de rentestanden.

Per financieringsbesluit maakt Pré Wonen een bewuste keuze over het aantrekken van een lening tegen vaste rente of van een lening tegen variabele rente. De criteria op basis waarvan wordt gekozen zijn vastgelegd in het treasurystatuut en omvatten: (a) de financieringsbehoefte, (b) de mate waarin de aan te trekken leningen passen in een zo gelijk mogelijk in de tijd verspreiden van betaaldata, vervalkalender en renteherzieningsmomenten en (c) de per saldo hiermee gemoeide kosten. Hierbij wordt uitsluitend gekozen voor rentederivaten indien hierbij minimaal dezelfde criteria als onder (b) worden gerealiseerd maar tegen per saldo lagere kosten dan bij het aantrekken van leningen met een vaste rente. Bovendien dienen financiële instrumenten tot een volledige effectieve hedge te leiden, dat wil zeggen dat betaaldata en hoofdsom van variabel rentende leningen gelijk zijn aan betaaldata van de onderliggende waarde (notional value) van de derivaten en de ingangs- en einddatum van het derivaat gelijk zijn aan de ingangs- en einddatum van de variabel rentende lening, of volledig daarbinnen vallen.

Omdat Pré Wonen op dit moment weinig gebruik maakt van variabele renteafspraken nemen de rentelasten niet direct toe bij een stijging van de marktrente.

Beschikbaarheidsrisico

Het verkrijgen van financiering is geen vanzelfsprekendheid in het huidige tijdperk. Pré Wonen financiert hoofdzakelijk onder borging van het WSW. Momenteel is financiering onder borging van het WSW ruim voldoende beschikbaar, tegen redelijke tarieven met lange looptijden. Ongeborgde financiering is op dit moment lastiger aan te trekken.

Reële waarde

Voor vastrentende langlopende leningen loopt Pré Wonen het risico dat de reële waarde van de leningen zal dalen respectievelijk stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. reële waarderisico). Voor deze schulden worden geen financiële derivaten uit hoofde van veranderingen in de marktrente afgesloten.

Voor de berekening van de reële waarde van de leningenportefeuille wordt gebruik gemaakt van de risicovrije rentecurve, zonder opslag voor AAA-rated obligaties. De reële waarde van de leningenportefeuille ultimo 2025 bedraagt € 588 miljoen (in 2024 € 641 miljoen). Voor de reële waarde van de overige in de balans en niet in de balans opgenomen financiële instrumenten is de reële waarde gelijk aan de boekwaarde.

Onder de leningen is één basisrentelening opgenomen voor een bedrag van € 30.000.000. Op deze lening wordt een vaste basisrente betaald van 3,775% (2024: 3,775%), de credit spread die wordt betaald wordt periodiek herzien. De huidige credit is per april 2020 voor 9 jaar vastgesteld op 0,205%. Als op het moment van credit spread herziening geen akkoord met de kredietinstelling wordt bereikt over de hoogte ervan is de lening opeisbaar en dient er een break cost te worden betaald gelijk aan de netto contante waarde van het verschil tussen de dan geldende marktrente en de in de lening overeengekomen basisrente.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Voorwaardelijke verplichtingen

WSW obligoverplichting

Leningen van toegelaten instellingen, die deelnemer zijn van het WSW worden door het WSW geborgd. Het WSW stelt zich borg jegens de geldgever voor de betaling van de leningsverplichtingen. Dat gebeurt via een jaarlijks gemaximeerde obligoheffing en een 'gecommitteerd obligo'. Het gecommitteerd obligo is vanuit het WSW zeker gesteld door middel van een door deelnemers af te sluiten obligolening.

Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,34% van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar. Voor boekjaar 2025 bedroeg dit percentage 0,0269% (2024: 0,0297%) resulterend in een jaarlijkse obligoheffing van € 177.661 (2024: € 183.810) voor Pré Wonen.

Daarnaast zijn corporaties verplicht een obligolening af te sluiten. De obligolening is een onderdeel van het borgstelsel van WSW en is een lening met een variabele hoofdsom waarop in beginsel niet getrokken wordt. Zolang er niet getrokken wordt op de obligolening, betalen corporaties over het niet opgenomen deel een bereidstellingsvergoeding aan de geldgever.

Deze obligolening is een door WSW geborgde variabele hoofdsomlening die de woningcorporatie aangaat met een geldgever en waarvan na trekking de gelden rechtstreeks worden gestort op een daartoe aangewezen rekening van WSW. Jaarlijks stelt WSW de omvang van dit gecommitteerd obligo vast op basis van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar.

Met deze obligoregeling staan toegelaten instellingen als deelnemer van het WSW garant voor elkaar. Per 31 december 2025 heeft Pré Wonen een aangegane obligolening van € 17,7 miljoen die niet is getrokken (2024: € 16,1 miljoen) Deze obligolening kan worden getrokken indien de borgstellingsreserve (risico- of garantievermogen) van het WSW niet voldoende is om op grond van aanspraken van geldgevers de betalingsverplichtingen van WSW-deelnemers over te nemen.

Heffing voor saneringssteun

De Autoriteit Woningcorporaties (Aw) heeft aan de corporatiesector in het verleden een heffing voor saneringssteun opgelegd. Het WSW heeft bij de opvraag van de prognose-informatie 2025-2029 aangegeven dat er geen rekening gehouden moet worden met een heffing voor saneringssteun in deze jaren.

Verbonden partijen

Pré Wonen heeft een belang van 36,11% in Woonwagenstandplaatsen Kennemerland B.V. Daarnaast neemt Pré Wonen deel in VOF De Remise (50%).

Meerjarige financiële verplichtingen

Operationele lease

Pré Wonen heeft als lessee operationele leasecontracten voor auto's, kopieermachines en koffiemachines afgesloten. De toekomstige minimale leasebetalingen daarvan zijn als volgt te specificeren:

  • Binnen één jaar: € 62.207

  • Tussen een jaar en vijf jaar: € 131.606

  • Meer dan vijf jaar: € 0

De leaseovereenkomsten voor auto's hebben een gemiddelde resterende looptijd van 27 maanden waarbij de leasebetaling een vast bedrag per maand is over de gehele leaseperiode. Na afloop van de overeenkomsten heeft de corporatie de optie de auto's te kopen tegen de op dat moment geldende marktwaarde. Er is geen sprake van voorwaardelijke leasebetalingen.

Huurverplichtingen

Het jaarlijkse bedrag van met derden aangegane huurverplichtingen van onroerend goed bedraagt in totaal € 24.896 per jaar.

De einde-looptijd van de lopende huurverplichtingen zijn:

  • opzegtermijn van 1 maand (€ 0 p.j.) (contract heeft een looptijd van onbepaalde tijd)

  • opzegtermijn van 2 maanden (€ 4.172 p.j.) (contract heeft een looptijd van onbepaalde tijd)

  • opzegtermijn van > 2 maanden (€ 20.724 p.j.) (contract eindigt in 2026)

Investeringsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor nieuwbouw huurwoningen tot een bedrag van € 76,0 miljoen, zijnde het verschil tussen de afgesloten contracten en de per balansdatum uitgevoerde werkzaamheden. Deze verplichtingen komen naar verwachting tot afwikkeling in een periode van 1 tot 3 jaar na balansdatum.

Onderhoudsverplichtingen

Pré Wonen is per einde boekjaar voor een bedrag van € 14,6 miljoen onderhouds-, duurzaamheids- en renovatieverplichtingen aangegaan, waarvan de werkzaamheden nog per balansdatum moeten worden uitgevoerd.

Bedrijfslasten

Pré Wonen is per einde boekjaar voor een bedrag van € 1,6 miljoen verplichtingen uit hoofde van bedrijfslasten aangegaan, waarvan de werkzaamheden nog per balansdatum moeten worden uitgevoerd.

Niet in de balans opgenomen activa

Verkoop onder voorwaarden

Door Pré Wonen zijn ultimo het verslagjaar 285 contracten afgesloten die kwalificeren als verkoop waarvoor een terugkooprecht geldt met een marktwaarde van €101,9 miljoen. Er zijn 35 verhuureenheden verkocht met een terugkoopplicht met een marktwaarde van €14,6 miljoen.

De ontwikkeling in de marktwaarde wordt bepaald op basis van NVM marktinformatie koopwingen. Er wordt geen aparte taxatie gemaakt. Indien er actuele transacties zijn geweest (aankoop of verkoop) is de taxatie die daarbij moet worden uitgevoerd leidend. Bij ontbreken van actuele transacties wordt gekeken of de woning vergelijkbaar is met het eigen bezit. De woning kan uit het bezit verkocht zijn of bij nieuwbouw als alternatief voor verhuur verkocht zijn. In beide gevallen kan de ontwikkeling afgeleid worden van de taxatie van het eigen bezit in verband met de balanswaardering. Indien geen relatie kan worden gelegd met het eigen bezit wordt de gemiddelde ontwikkeling van het betreffende type op die locatie toegepast. Dit wordt aangegeven door de taxateur op basis van NVM-cijfers.

Recht van (terug)koop

Een perceel grond, gelegen aan Kleine Houtweg te Heemskerk, kadastraal bekend gemeente Heemskerk, sectie E, nummers 311 en 835, groot respectievelijk 4.070 m2 en 3.780 m2 (tezamen 7.850 m2) is door Stichting Pré Wonen verkocht op 13 augustus 2019 met een 10 jarig recht op terugkoop. Dit is vastgelegd in de verkoopakte en gaat binnen deze 10 jaar ook over op eventuele volgende kopers van het perceel. Het recht vervalt van rechtswege zodra 10 jaar zijn verstreken na de juridische levering van het perceel.

Een perceel grond, gelegen tussen de Rijksstraatweg en Wentweg te Heemskerk, kadastraal bekend gemeente Heemskerk, sectie E, nummers 2395, groot 14.300 m2 is door Stichting Pré Wonen verkocht op 5 augustus 2019 met een 10 jarig recht op terugkoop. Dit is vastgelegd in de verkoopakte en gaat binnen deze 10 jaar ook over op eventuele volgende kopers van het perceel. Het recht vervalt van rechtswege zodra 10 jaar zijn verstreken na de juridische levering van het perceel.

Een perceel agrarische grond, gelegen nabij Hondbosseweg 6 te Heemskerk, kadastraal bekend gemeente Heemskerk, sectie E, nummer 2677 (v/h 1699), groot 7.260 m2 is door Stichting Pré Wonen verkocht op 23 juli 2020 met een 10 jarig recht op terugkoop. Dit is vastgelegd in de verkoopakte en gaat binnen deze 10 jaar ook over op eventuele volgende kopers van het perceel. Het recht vervalt van rechtswege zodra 10 jaar zijn verstreken na de juridische levering van het perceel.

Een perceel agrarische grond, gelegen nabij Hondbosseweg 10 te Heemskerk, kadastraal bekend gemeente Heemskerk, sectie E, nummers 2675, 1872 en 1995, groot 9.087 m2, 6740 m2 en 24 5m2 (tezamen 16.063 m2) is door Stichting Pré Wonen verkocht op 30 september 2020 met een 10 jarig recht op terugkoop. Dit is vastgelegd in de verkoopakte en gaat binnen deze 10 jaar ook over op eventuele volgende kopers van het perceel. Het recht vervalt van rechtswege zodra 10 jaar zijn verstreken na de juridische levering van het perceel.

Pré Wonen heeft het recht verkregen om, in het Plangebied aangeduid met Haarlem II sectie Q nummer 922, 984, 1391, 1474, 1271 en 1473, zonder vergoeding van grondkosten 50 sociale huurwoningen in het zuidelijke deel van het plangebied te realiseren met een daarbij behorend aantal (gebouwde) parkeerplaatsen.

In 2025 is een koopovereenkomst getekend voor de verkoop van 8 woningen en 6 bedrijfsruimten in Beverwijk. De levering vindt naar verwachting in 2026 plaats nadat voldaan is aan alle leveringsvoorwaarden. Per balansdatum is dit niet het geval en zijn niet alle rechten en verplichtingen overgedragen.