Toelichting op de balans per 31 december 2025
Immateriële vaste activa
Boekwaarde per 1 januari 2025
|
Vastgoedbeleggingen (in € ) |
Software (licenties) |
|
|---|---|---|
|
2025 |
2024 |
|
|
882.637 |
0 |
|
|
Verkrijgingsprijs |
0 |
0 |
|
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen |
0 |
0 |
|
Stand per 1 januari |
0 |
0 |
|
Mutaties |
||
|
Investeringen |
882.637 |
0 |
|
Afschrijvingen |
0 |
0 |
|
Totaal mutaties 2025 |
882.637 |
0 |
|
Boekwaarde per 31 december |
||
|
Verkrijgingsprijs |
882.637 |
0 |
|
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen |
0 |
0 |
De immateriële vaste activa bestaat uit activering van investeringen die voortvloeien uit de implementatie van een nieuw ERP systeem. Het ERP systeem is per balansdatum nog niet in gebruik genomen, derhalve wordt op deze post nog niet afgeschreven.
Vastgoedbeleggingen
DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
|
Vastgoedbeleggingen (in € ) |
DAEB vastgoed in exploitatie |
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie |
||
|---|---|---|---|---|
|
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
|
|
Stand per 31 december |
3.251.607.495 |
3.106.336.579 |
319.241.279 |
302.744.063 |
|
Verkrijgingsprijzen |
1.080.723.508 |
988.822.852 |
169.640.995 |
169.361.740 |
|
Cumulatieve herwaarderingen |
2.056.780.829 |
1.797.712.275 |
142.703.222 |
119.924.929 |
|
Cumulatieve afschrijvingen en herwaarderingen |
-31.167.758 |
-13.893.474 |
-9.600.154 |
-10.085.749 |
|
Stand per 1 januari |
3.106.336.579 |
2.772.641.653 |
302.744.063 |
279.200.920 |
|
Mutaties |
||||
|
Investering in bestaand bezit |
32.373.707 |
33.886.825 |
534.993 |
1.092.642 |
|
Desinvestering: verkopen bestaand bezit |
-7.528.115 |
-2.003.728 |
-820.067 |
-681.905 |
|
Voorziening onrendabele top renovaties |
-13.513.310 |
-13.746.060 |
-263.039 |
-169.434 |
|
Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling |
2.763.051 |
58.391.673 |
- |
- |
|
Mutatie leegwaarde |
-524.557 |
-859.946 |
524.557 |
859.946 |
|
Herclassificatie DAEB / niet-DAEB |
1.830.376 |
2.930.949 |
-1.830.376 |
-2.930.949 |
|
Herclassificatie naar voorraad |
-1.336.731 |
-2.284.501 |
-763.502 |
-262.630 |
|
Herclassificatie naar vastgoed in ontwikkeling |
-13.851.013 |
-1.702.935 |
-182.666 |
- |
|
Mutatie actuele waarde |
145.057.082 |
259.082.649 |
19.297.741 |
25.635.473 |
|
Totaal mutaties 2025 |
145.270.490 |
333.694.926 |
16.497.641 |
23.543.143 |
|
Boekwaarde per 31 december |
||||
|
Verkrijgingsprijzen |
1.116.029.322 |
1.080.723.508 |
169.135.968 |
169.640.995 |
|
Cumulatieve herwaarderingen |
2.162.387.694 |
2.056.780.829 |
158.974.392 |
142.703.222 |
|
Cumulatieve afschrijvingen en herwaarderingen |
-26.809.521 |
-31.167.758 |
-8.869.081 |
-9.600.154 |
De in de verloopoverzichten weergegeven herclassificaties hebben betrekking op sfeerovergangen tussen DAEB en niet-DAEB als gevolg van nieuwe contracten. De herclassificaties hebben voor zover het sfeerovergangen betreft van DAEB naar niet-DAEB, niet geleid tot een andere waarderingsgrondslag, en hebben daarom géén effect op vermogen of resultaat.
Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling betreft de balanswaarde van de woningen die gesloopt zijn gedurende het boekjaar en die is ingebracht in het sloopproject.
Uitgangspunten marktwaarde
Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat van eengezins- en meergezinswoningen is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en/of schattingen. Het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode). De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario.
Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan.
De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van 15 jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.
Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.
Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.
Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van onderstaande macro-economische parameters (input). Ten behoeve van de vergelijkbaarheid zijn de macro-economische parameters in de waardering ultimo 2023 eveneens toegelicht, maar enkel in geval deze parameters afwijken van de waardering ultimo 2024:
|
Marktwaarde (in €) |
2025 |
2024 |
Waarderings- |
|---|---|---|---|
|
Totaal |
3.570.848.774 |
3.409.080.642 |
|
|
Eengezinswoningen |
1.547.040.832 |
1.467.560.911 |
full |
|
Meergezinswoningen |
1.928.871.873 |
1.857.073.787 |
full |
|
Studenteneenheden |
11.093.891 |
9.863.901 |
full |
|
Bedrijfsmatig onroerend goed |
7.493.661 |
6.516.387 |
full |
|
Maatschappelijk onroerend goed (incl. zorg) |
44.305.698 |
37.896.447 |
full |
|
Parkeergelegenheden |
32.042.819 |
30.169.209 |
full |
|
Parameters woongelegenheden en parkeergelegenheden |
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
|---|---|---|---|---|---|
|
Disconteringsvoet - garagebox |
7,21% |
7,16% |
|||
|
Prijsinflatie |
3,6% |
2,6% |
2,2% |
2,2% |
2,0% |
|
Looninflatie |
6,6% |
4,9% |
4,2% |
3,3% |
3,3% |
|
Bouwkostenstijging |
6,6% |
4,9% |
4,2% |
3,3% |
3,3% |
|
Leegwaardestijging |
2,3% |
3,1% |
3,9% |
2,0% |
2,0% |
|
Gemiddelde instandhoudingsonderhoud per vhe - |
€ 2.249 |
€ 2.322 |
|||
|
Gemiddelde instandhoudingsonderhoud per vhe - |
€ 1.352 |
€ 1.397 |
|||
|
Gemiddelde instandhoudingsonderhoud per vhe - |
€ 2.120 |
€ 2.190 |
|||
|
Gemiddelde instandhoudingsonderhoud per vhe - |
€ 1.458 |
€ 1.500 |
|||
|
Gemiddelde instandhoudingsonderhoud per vhe - Student doorexploiteren |
€ 1.064 |
€ 983 |
|||
|
Gemiddelde instandhoudingsonderhoud per vhe - Student uitponden |
€ 1.064 |
€ 798 |
|||
|
Instandhoudingsonderhoud - parkeerplaats |
€ 122 |
€ 127 |
|||
|
Instandhoudingsonderhoud - garagebox |
€ 152 |
€ 155 |
|||
|
Beheerkosten per vhe - EGW |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Beheerkosten per vhe - MGW |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Beheerkosten per vhe - Studenteenheid |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Beheerkosten - parkeerplaats |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Beheerkosten - garagebox |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) |
|||||
|
Beverwijk |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Bloemendaal |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Haarlem |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Heemskerk |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Heemstede |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Zandvoort |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Huurderving (% van de huursom) |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Verkoopkosten (% van leegwaarde) |
Handboek |
Handboek |
|||
|
Gemiddelde mutatiekans bij doorexploiteren |
6,39% |
5,80% |
|||
|
Disconteringsvoet - EGW |
7,34% |
6,85% |
|||
|
Disconteringsvoet - MGW |
7,09% |
6,74% |
|||
|
Disconteringsvoet - Studenteneenheid |
6,33% |
6,03% |
|||
|
Disconteringsvoet - parkeerplaats |
7,15% |
7,05% |
|||
Inschakeling taxateur
In het verslagjaar is het volledige bezit gewaardeerd door een externe taxateur. De externe taxateur heeft 1/3e deel volledig gewaardeerd en 2/3e deel voorzien van een markttechnische update. De externe taxatie vindt plaats door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering is onderbouwd en vastgelegd zijn in het bezit van Pré Wonen en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.
Toepassing vrijheidsgraden
Pré Wonen heeft voor haar vastgoedbezit de full versie van het Handboek toegepast. Voor de gehanteerde vrijheidsgraden is zoveel als mogelijk aansluiting gezocht bij het document “Best Practices vrijheidsgraden behorende bij het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde”, dat tot stand is gekomen op basis van een samenwerking tussen diverse gespecialiseerde partijen.
De hierna genoemde vrijheidsgraden hebben betrekking op de mate van afwijking ten opzichte van de basisvariant.
|
Gehanteerde vrijheidsgraden |
Woongelegenheden |
BOG/MOG/ZOG |
Parkeergelegenheden |
|---|---|---|---|
|
Exploitatiescenario |
Nee |
n.v.t. |
Nee |
|
Vrijheidsgraad |
Toegepast |
Toegepast |
Toegepast |
|
Schematische vrijheid |
Nee |
Ja |
Nee |
|
Exit yield |
Ja |
Ja |
Ja |
|
Leegwaarde (stijging) |
Ja |
n.v.t. |
Ja |
|
Disconteringsvoet |
Ja |
Ja |
Ja |
|
Onderhoud |
Ja |
Ja |
Ja |
|
Technische splitsingskosten |
Nee |
Nee |
Ja |
|
Mutatie- en verkoopkans |
Ja |
Nee |
Nee |
|
Bijzondere uitgangspunten |
Nee |
Nee |
Nee |
|
Erfpacht |
Nee |
Nee |
Nee |
|
Bandbreedtes vrijheidsgraden (per vhe)1 |
2025 |
2024 |
|||
|---|---|---|---|---|---|
|
Mutatie- en verkoopkans |
4,00% |
12,00% |
4,00% |
13,00% |
|
|
Woongelegenheden |
Van |
Tot |
Van |
Tot |
|
|
Markthuur |
€ 570 |
€ 2.605 |
€ 553 |
€ 3.107 |
Per maand |
|
Leegwaarde |
€ 2.361 |
€ 8.680 |
€ 2.500 |
€ 8.680 |
Per m2 per jaar |
|
Disconteringsvoet |
4,50% |
13,00% |
5,10% |
12,75% |
|
|
Onderhoud doorexploiteren |
€ 1.099 |
€ 3.151 |
€ 1.209 |
€ 2.630 |
Per jaar |
|
Onderhoud uitponden |
€ 825 |
€ 2.350 |
€ 904 |
€ 2.117 |
Per jaar |
|
Mutatie- en verkoopkans |
4,00% |
20,00% |
4,00% |
20,00% |
|
|
Achterstallig onderhoud |
€ 0 |
€ 60.000 |
€ 0 |
€ 60.000 |
|
|
Beklemmingen |
Zie verdere toelichting |
||||
|
BOG/MOG/ZOG |
Van |
Tot |
Van |
Tot |
|
|
Markthuur |
€ 53 |
€ 163 |
€ 50 |
€ 158 |
Per m2 per jaar |
|
Disconteringsvoet |
5,05% |
9,50% |
5,15% |
10,00% |
|
|
Onderhoud |
€ 8 |
€ 12 |
€ 7 |
€ 12 |
Per m2 per jaar |
|
Parkeergelegenheden |
Van |
Tot |
Van |
Tot |
|
|
Markthuur |
€ 55 |
€ 170 |
€ 50 |
€ 160 |
Per maand |
|
Leegwaarde |
€ 15.000 |
€ 37.000 |
€ 14.500 |
€ 35.000 |
|
|
Disconteringsvoet |
5,25% |
8,00% |
5,25% |
9,25% |
|
|
Onderhoud |
€ 62 |
€ 252 |
€ 60 |
€ 246 |
Per jaar |
1 Voor een correcte weergave van de meerderheid van onze portefeuille zijn studenteneenheden niet meegenomen in de bandbreedtes.
Schematische vrijheid
Deze vrijheidsgraad is toegepast bij het BOG/MOG/ZOG-bezit. Op basis van de unieke kenmerken van het bezit, zoals contractvoorwaarden en het soort mogelijke huurders, heeft de taxateur inschattingen gemaakt per BOG/MOG/ZOG type voor respectievelijk de looptijd bij herziening, mutatiekans, mutatieleegstand en huurvrije periode.
Exit yield
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Wij achten in samenspraak met de extern taxateur een inschatting van de exit yield op basis van het model van taxateur (waarbij onder meer de aanwezige huurpotentie als uitgangspunt wordt gehanteerd) beter passend en hiermee leidend tot meer marktconforme waarderingsuitkomsten.
Leegwaarde
Deze vrijheidsgraad is toegepast bij woongelegenheden en parkeergelegenheden. De leegwaarde is voor de gehele portefeuille bepaald op basis van referenties rekening houdend met de kenmerken van het object. Hierbij is gebruik gemaakt van de LeegWaarde Indicator van ValueMetrics/Amwoco (LWI). De leegwaarde is beoordeeld en bijgesteld waar nodig. Voor wat betreft de vrijheidsgraad leegwaardedaling is aansluiting gezocht bij het marktwaardeoverleg van de regio Noordelijke Randstad.
Disconteringsvoet
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Wij zijn in samenspraak met de taxateur van mening dat de disconteringsvoet die tot stand komt op grond van de basisversie onvoldoende recht doet aan de afwijkende risicoprofielen van de complexen onderling. De taxateur heeft daarom per complex een inschatting gemaakt van de disconteringsvoet.
Mutatie- en verkoopkans
Deze vrijheidsgraad is toegepast voor woongelegenheden. In beginsel geldt de vijfjarige historische mutatiegraad als uitgangspunt.
Onderhoud
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Voor het bepalen van de onderhoudsnormen is gebruik gemaakt van de Vastgoed Taxatiewijzer van Koëter, versie 2024. Hierbij wordt ten opzichte van de handboeknormen meer onderscheid aangebracht tussen verschillende bouwtypen en installaties. In het uitpondscenario wordt daarnaast gerekend met de 25-jaarsonderhoudsnorm en in het doorexploitatiescenario met de norm voor meer dan 25 jaar. Deze onderhoudsnormen zijn voor de gehele portefeuille toegepast rekening houdend met de oppervlakte van de woningen.
Bijzondere omstandigheden
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
Erfpacht
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
Exploitatiescenario
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
Schattingen
Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop zowel door interne als door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen zijn gebaseerd, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening. Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters voor de waardering van woningen op de reële waarde is de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen.
|
Schattingen in de marktwaarde in verhuurde staat |
|||
|---|---|---|---|
|
Scenario |
Effect op Marktwaarde (x € 1.000) |
In % van de Marktwaarde |
|
|
Exit yield |
+ 0,5%-punt |
-56.053 |
-1,57 |
|
- 0,5%-punt |
90.877 |
2,54 |
|
|
Leegwaarde |
+ 10% |
217.614 |
6,09 |
|
- 10% |
-171.242 |
-4,80 |
|
|
Alle indexcijfers |
+ 1%-punt |
951.012 |
26,63 |
|
- 1%-punt |
-333.746 |
-9,35 |
|
|
Leegwaardeontwikkeling eerste jaar |
+ 1%-punt |
18.691 |
0,52 |
|
- 1%-punt |
-18.309 |
-0,51 |
|
|
Leegwaardeontwikkeling ieder jaar |
+ 1%-punt |
221.533 |
6,20 |
|
- 1%-punt |
-147.992 |
-4,14 |
|
|
Markthuur |
+ 10% |
55.073 |
1,54 |
|
- 10% |
-22.150 |
-0,62 |
|
|
Mutatiegraad |
+ 1%-punt |
143.353 |
4,01 |
|
- 1%-punt |
-166.284 |
-4,66 |
|
|
Disconteringsvoet |
+ 0,5%-punt |
-170.804 |
-4,78 |
|
- 0,5%-punt |
274.256 |
7,68 |
|
|
Overdrachtskosten |
+ 1%-punt |
-41.245 |
-1,16 |
|
- 1%-punt |
42.346 |
1,19 |
|
Verloopoverzicht marktwaarde 2024 – 2025
In onderstaande tabel is het waarde verloop (uitgesplitst naar DAEB en Niet-DAEB) weergegeven. Per onderdeel zal hierop een korte toelichting worden gegeven.
|
Verloop marktwaarde 2024-2025 |
DAEB |
niet-DAEB |
Totaal |
|---|---|---|---|
|
Percentage marktwaarde 2025 t.o.v. 2024 |
104,68% |
105,45% |
104,75% |
|
Marktwaarde 2024 |
3.106.337 |
302.744 |
3.409.081 |
|
Voorraadmutaties |
-23.494 |
-3.320 |
-26.814 |
|
Vastgoedgegevens |
87.421 |
6.410 |
93.831 |
|
Methodische wijzigingen handboek en validatie |
9.566 |
- |
9.566 |
|
Parameteraanpassingen als gevolg van marktontwikkelingen |
71.777 |
13.408 |
85.185 |
|
Marktwaarde 2025 |
3.251.607 |
319.242 |
3.570.849 |
De mutatie van de marktwaarde is als volgt toe te lichten:
|
Voorraadmutaties |
DAEB |
niet-DAEB |
Totaal |
|
Verkoop / sloop / overig weg |
-30.215 |
-1.277 |
-31.492 |
|
Nieuwbouw / aankoop / overig nieuw |
4.675 |
- |
4.675 |
|
Wijziging waarderingsmodel |
- |
3 |
3 |
|
Classificatiewijzigingen |
2.046 |
-2.046 |
- |
|
Subtotaal voorraadmutaties |
-23.494 |
-3.320 |
-26.814 |
In 2025 zijn 214 VHE's uit exploitatie gegaan met een gemiddelde marktwaarde van € 145.502. Daarnaast zijn er 18 nieuwe verhuureenheden in exploitatie gekomen met een gemiddelde marktwaarde van € 259.734.
|
Mutatie vastgoedgegevens |
DAEB |
niet-DAEB |
Totaal |
|---|---|---|---|
|
Subtotaal mutatie vastgoedgegevens |
87.421 |
6.410 |
93.831 |
|
Oppervlakte, type en overige basisgegevens |
268 |
413 |
681 |
|
Contracthuur en leegstand |
55.104 |
5.823 |
60.927 |
|
Maximale huur |
28.374 |
228 |
28.602 |
|
Mutatiegraad |
1.215 |
133 |
1.348 |
|
WOZ-waarde |
-4.110 |
-294 |
-4.404 |
|
Achterstallig onderhoud |
-66 |
-66 |
|
|
Contractgegevens BOG/MOG/ZOG |
-263 |
107 |
-156 |
|
Complexdefinitie en verkooprestricties |
6.899 |
6.899 |
De gemiddelde contracthuur van woongelegenheden is gestegen van € 642,71 naar € 676,91. Het gemiddelde percentage leegstand van woongelegenheden is gedaald van 2,62% naar 1,21%.
De gemiddelde maximale huur excl. opslag van woongelegenheden is gestegen van € 1.015,67 naar € 1.093,54.
|
Methodische wijzigingen handboek en validatie |
DAEB |
niet-DAEB |
Totaal |
|---|---|---|---|
|
Subtotaal methodische wijzigingen handboek en software |
9.566 |
- |
9.566 |
|
Contracthuur €0 zonder leegstand als leegstand geinterpreteerd |
9.566 |
- |
9.566 |
|
Parameterwijzigingen als gevolg van marktontwikkelingen |
DAEB |
niet-DAEB |
Totaal |
|---|---|---|---|
|
Subtotaal methodische wijzigingen handboek en software |
71.777 |
13.408 |
85.185 |
|
Macro-economische parameters |
1.155 |
54 |
1.209 |
|
Liberalisatiegrens |
- |
- |
- |
|
Mutatiegraad uitponden |
-1.770 |
524 |
-1.246 |
|
Reguliere huurstijging |
-25.481 |
-1.805 |
-27.286 |
|
Markthuur |
11.160 |
703 |
11.863 |
|
Markthuurstijging |
8.328 |
421 |
8.749 |
|
Leegwaarde |
64.339 |
11.633 |
75.972 |
|
Leegwaardestijging |
-47.835 |
-4.842 |
-52.677 |
|
Splitsingskosten |
-273 |
-41 |
-314 |
|
Verkoopkosten |
-2 |
-17 |
-19 |
|
Instandhoudings- en mutatieonderhoud |
-9.202 |
-385 |
-9.587 |
|
Beheerkosten |
-3.918 |
-181 |
-4.099 |
|
Belasting en verzekeringen |
633 |
-9 |
624 |
|
Disconteringsvoet |
84.180 |
8.702 |
92.882 |
|
Exit Yield |
-9.537 |
-1.349 |
-10.886 |
Parameterwijzigingen als gevolg van marktontwikkelingen
De ontwikkeling van de macro-economische parameters laat een wisselend beeld zien. Per saldo hebben de leegwaardeontwikkeling, de reguliere huurstijging, maar ook de stijging van de markthuur en daling van de disconteringsvoet de grootste impact op de marktwaarde.
De gemiddelde mutatiegraad uitponden van woongelegenheden is nagenoeg gelijk gebleven.
Het gemiddelde instandhoudingsonderhoud doorexploiteren van woongelegenheden is gestegen van € 2.155 naar € 2.226 en heeft een negatieve impact op de waardeontwikkeling van ca. - €9,5 mln
De gemiddelde exit yield doorexploiteren van woongelegenheden is gestegen van 4,23% naar 4,36%.
De gemiddelde exit yield uitponden van woongelegenheden is gelijk gebleven (3,78%). Deze ontwiklkelign van de EY heeft een dempend effect op de marktwaardeontwikkeling van ca -€10,8 mln
Uitgangspunten beleidswaarde
De beleidswaarde betreft de actuele waarde van het vastgoedbezit in exploitatie, gebaseerd op een sociale disconteringsvoet en voortdurende exploitatie volgens het huidige beleid van Pré Wonen. De bepaling van de beleidswaarde betreft een schatting die derhalve schattingsonzekerheden in zich heeft.
De beleidswaarde van bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed alsmede van parkeergelegenheden wordt gelijkgesteld aan de marktwaarde in verhuurde staat.
Voor woongelegenheden wordt de beleidswaarde bepaald op basis van een contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen gebaseerd op voortdurende exploitatie. De waardering vindt op complexniveau plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in Bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025’). De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:
De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed.
Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd, gebaseerd op een exploitatieperiode van zestig jaar. Dit betekent dat de inkomsten en uitgaven over deze termijn worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar balansdatum.
De gehanteerde disconteringsvoet over boekjaar 2025 bedraagt 4,22% voor het DAEB bezit en 4,76% voor het niet-DAEB bezit.
In de beleidswaarde wordt uitgegaan van voortdurende exploitatie (een doorexploiteer-scenario), derhalve wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld voorgenomen verkopen of sloop van vastgoed in exploitatie.
De (huur)opbrengsten worden geschat op basis van de intern bepaalde streefhuur vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie, rekening houdend met de geldende wettelijke kaders.
Inrekening van toekomstige onderhoudslasten voor instandhoudingsonderhoud en mutatie onderhoud is gebaseerd op de eigen onderhoudsbegroting, waarbij geldt dat:
de onderhoudsbegroting is gebaseerd op de onderhoudscyclus van het object op basis van instandhouding, voortvloeiend uit de door Pré Wonen vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting. Voor zover ingrijpende verbouwingen niet in deze meerjarenonderhoudsbegroting. zijn opgenomen, worden hiermee samenhangende instandingshoudingskosten geschatte uitgaven eveneens tot het onderhoud gerekend.
de verplichting tot het verduurzamen van woningen met een E,F of G label is ingerekend conform de tabel in paragraaf 9.2.4.3 van het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025.
Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten op basis van een gemiddelde norm welke is gebaseerd op een inschatting van het langjarige kostenniveau. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheer- activiteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ in de resultatenrekening
Pré Wonen heeft bij de bepaling van de beleidswaarde uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde. De uitgangspunten zijn nader opgenomen in de toelichting op de balans.
De beleidswaarde ultimo 2025 bedraagt € 1.988.220.829.
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
|
Gemiddelde streefhuur per maand voor: |
DAEB |
Niet-DAEB |
|---|---|---|
|
Aantal woningen met een EFG-label |
1.616 |
36 |
|
Eengezinswoningen |
831,83 |
1.578,69 |
|
Meergezinswoningen |
744,41 |
1.422,02 |
|
Kamers |
256,03 |
n.v.t. |
|
Woonwagen(standplaatsen) |
345,31 |
n.v.t. |
|
Norm beheerlasten per jaar per woning |
1.022,60 |
1.022,60 |
|
Ingerekende gemiddelde jaarlijkse onderhoudslast per woning |
3.541,54 |
3.533,73 |
|
Totaal ingerekende afslag voor woningen met een EFG-label |
12.406.261 |
210.278 |
Streefhuur
Het streefhuurbeleid van Pré Wonen is gebaseerd op het uitgangspunt dat het huurbeleid moet bijdragen aan een goede balans tussen enerzijds de betaalbaarheid voor onze huidige en toekomstige doelgroepen en anderzijds onze nieuwbouw-, verduurzamings- en onderhoudsambities. Het huurbeleid resulteert binnen de DAEB tak in een gemiddelde streefhuur van gemiddeld 71 ,7% ten opzichte van maximaal redelijk.
Onderhoud
De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:
Reparatie- en klachtenonderhoud
Mutatieonderhoud
Contractonderhoud
Planmatig onderhoud
De in de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB) opgenomen geschatte lasten inzake Reparatie- en klachtenonderhoud alsmede mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex.
Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.
Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de MJOB van Pré Wonen. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.
Pré Wonen beschikt over een MJOB voor 60 jaar. Deze MJOB wordt gebruikt bij het opstellen van de meerjarenbegroting voor 10 jaar. De meerjarenbegroting is goedgekeurd door het bestuur en de Raad van Commissarissen.
De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Pré Wonen conditiemetingen. Hiertoe hanteert Pré Wonen een periodieke actualisatie. Eens in de 3 jaar wordt ieder complex opgenomen.
Bij het opstellen van de MJOB houdt Pré Wonen rekening met actuele prijspeil data gebaseerd op de door de toezichthouder voorgeschreven indexaties.
De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex.
De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.
In de MJOB houdt Pré Wonen rekening met de volgende cycli:
|
Type |
Periodiciteit |
|---|---|
|
(Warm)watermeter vervangen |
10 jaar |
|
Legionella |
Jaarlijks |
|
CV-vervanging |
18 jaar |
|
Schilderwerk |
5 tot 8 jaar (afhankelijk van de kwaliteit van de kozijnen en de ligging van het complex) |
|
Vervangen intercom/videofoon |
20 jaar |
|
Periodieke keuring elektr. Installaties |
4 jaar |
|
Vervangen mechanische ventilatie |
18 jaar |
Andere werkzaamheden in de MJOB worden ingepland aan de hand van de conditiescore:
Gevelonderhoud
Onderhoud Daken
Automatische deuren
Liftonderhoud (niet regulier werkzaamheden)
Standleidingen, riolering
Funderingsonderzoek
De MJOB is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwingen, renovaties, sloop, nieuwbouw en verkoop. Ten behoeve van de beleidswaarde die gebaseerd dient te worden op een 60 jaren doorlopende exploitatieperiode zijn de volgende correcties doorgevoerd op de MJOB:
De levensduur van de complexen is verlengd naar 60 jaar
Binnen de portefeuille is in de meerjarenbegroting 2026 een aantal sloopcomplexen opgenomen, waarvoor in een aantal gevallen het onderhoud afgebouwd is richting voorgenomen sloopmoment. Om de fictie van continue exploitatie zoveel mogelijk te benaderen, hebben wij voor deze complexen onderhoudsbeleid ingerekend afgeleid van vergelijkbare complexen welke niet op de slooplijst staan.
Ingrijpende verbouwingen en renovaties zijn niet aangepast in de MJOB daar Pré Wonen van mening is dat de complexen waarop dit van toepassing is geen significante invloed hebben op het totaal van de MJOB van Pré Wonen.
Nieuwbouw in ontwikkeling en verkoop is buiten beschouwing gelaten.
Zoals hiervoor aangegeven kent de MJOB een horizon van 60 jaar. Hiermee voldoet Pré Wonen aan de termijnen zoals gebruikt dienen te worden bij het bepalen van de onderhoudsnorm.
Zoals hiervoor aangegeven kent de MJOB een horizon van 60 jaar. Hiermee voldoet Pré Wonen aan de termijnen zoals gebruikt dienen te worden bij het bepalen van de onderhoudsnorm.
EFG-labels
Pré Wonen heeft nog 1.652 (waarvan 138 met monumentenstatus) eenheden waarop een EFG-label van toepassing is. Voor deze complexen is in de MJOB een aparte post opgenomen. Deze post is niet meegenomen in de totstandkoming van de onderhoudsnorm ten behoeve van de beleidswaarde, omdat voor deze eenheden een modelmatige afslag wordt toegepast.
Achterstallig onderhoud
In de marktwaarde is voor € 27.961.407 aan uitgaven opgenomen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud. Dit is niet opgenomen in de onderhoudsnorm in de beleidswaarde.
Beheerlasten
De beheerlastennorm is gebaseerd op de door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde Meerjarenbegroting 2026 - 2035.
Sensitiviteitsanalyse
De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2025:
|
Gevoeligheidsanalyse beleidswaarde |
|||
|---|---|---|---|
|
Parameters |
Mogelijke afwijking |
Effect op beleidswaarde (bandbreedte) (x €1.000) |
Effect op beleidswaarde % (bandbreedte) |
|
Beleidshuur |
- €25% tot +€25 |
-€99.730 tot €61.973 |
-5,0% tot +3,1% |
|
Lasten onderhoud |
- €100% tot +€100 |
-€60.544 tot €60.544 |
3,0% tot - 3,0% |
|
Lasten beheer |
- €100% tot +€100 |
-€60.544 tot €60.544 |
3,0% tot - 3,0% |
|
Disconteringsvoet |
- 0,5%-punt tot + 0,5%-punt |
-€198.833 tot €235.119 |
11,8% tot - 10,0% |
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
|
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
Boekwaarde per 31 december |
90.428.011 |
91.444.649 |
|
Verkrijgingsprijzen |
50.457.451 |
51.952.201 |
|
Cumulatieve herwaardering |
40.987.198 |
33.269.945 |
|
Boekwaarde per 1 januari |
91.444.649 |
85.222.146 |
|
Mutaties |
||
|
Terugkoop - hiko |
-2.268.582 |
-1.494.750 |
|
Terugkoop - herwaardering |
-1.824.411 |
-770.183 |
|
Aanpassing marktwaarde |
3.076.355 |
8.487.436 |
|
Totaal mutaties 2025 |
-1.016.638 |
6.222.503 |
|
Verkrijgingsprijzen |
49.440.813 |
50.457.451 |
|
Herwaarderingen |
40.987.198 |
40.987.198 |
Indien een eerder onder voorwaarden verkochte onroerende zaak wordt teruggekocht vindt herclassificatie plaats van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar onroerende zaken in exploitatie en/of opgenomen onder de voorraden Vastgoed bestemd voor de verkoop. De onroerende zaken worden dan gewaardeerd tegen de marktwaarde. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken bij terugkoop wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening.
In 2025 zijn er geen woningen (2024: 0) verkocht met terugkoopverplichting. Daarnaast zijn er 15 woningen teruggekocht (2024: 8) en is geen woning afgekocht (2024: 1). Het grootste deel van de contracten is gebaseerd op de Pré Koopregeling waarbij geldt, dat er sprake is van een verleende korting van 25% en een terugkooprecht voor Pré Wonen. Het aantal woningen verkocht onder voorwaarden bedraagt ultimo 2025 totaal 320 (2024: 335).
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
|
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
Boekwaarde per 31 december |
37.766.698 |
3.738.546 |
|
Verkrijgingsprijzen |
9.952.844 |
38.996.457 |
|
Herwaarderingen |
-6.214.298 |
-3.407.851 |
|
Boekwaarde per 1 januari |
3.738.546 |
35.588.606 |
|
Mutaties |
||
|
Investeringen |
33.503.663 |
33.004.911 |
|
Afwaardering sloop |
-6.653.257 |
-1.702.935 |
|
Overboeking naar voorziening |
-8.154.116 |
-2.806.446 |
|
Afwaardering voorbereidingskosten |
-1.406.911 |
-2.467.462 |
|
Overige waardeveranderingen |
- |
-1.189.390 |
|
Overboeking uit exploitatie |
19.501.823 |
1.702.935 |
|
Overboeking naar exploitatie |
-2.763.051 |
-58.391.673 |
|
Totaal mutaties 2025 |
34.028.152 |
-31.850.060 |
|
Verkrijgingsprijzen |
52.135.112 |
9.952.844 |
|
Herwaarderingen |
-14.368.414 |
-6.214.298 |
Investering in het boekjaar bedraagt € 33,5 miljoen en heeft grotendeels betrekking op Schrijvers fase 1 (opgeleverd) en Aart van der Leeuw fase 2 (€ 16,2 miljoen), Winkelcentrum Schalkwijk (€ 11,1 miljoen). De geactiveerde bouwrente bedraagt totaal € 447.595 (2024: € 857.672). Gemiddelde rentevoet is 1,99% gebaseerd op de gemiddelde kostenvoet van het vreemd vermogen.
In 2025 zijn 112 woningen (2024: 9 woningen) voor de tweede fase van het Aart van der Leeuwstraat overgeboekt vanuit exploitatie omdat deze niet meer duurzaam verhuurd worden en het sloop besluit genomen is. De grondwaarde is als onderdeel van het nieuwbouwproject tegen sociale kavelprijs geactiveerd.
In het boekjaar is 1 project opgeleverd, Jacob Geelstraat, waarvan de stichtingskosten voor totaal € 2,7 miljoen zijn overgeheveld naar MVA in exploitatie.
De afwaardering van voorbereidingskosten betreft € 1,1 miljoen en investeringen die in mindering zijn gebracht op de voorziening onrendabele investeringen en herstructurering betreffen € 8,2 miljoen.
Materiële vaste activa
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
|
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
Boekwaarde per 31 december |
4.477.437 |
4.380.786 |
|
Verkrijgingsprijzen |
15.383.525 |
15.042.874 |
|
Cumulatieve waardevermindering |
-8.221.071 |
-8.221.071 |
|
Cumulatieve afschrijvingen |
-2.781.668 |
-2.566.600 |
|
Boekwaarde 1 januari |
4.380.786 |
4.255.203 |
|
Mutaties |
||
|
Investeringen |
336.727 |
340.651 |
|
Verkrijgingsprijs desinvesteringen/buitengebruikstellingen |
-12.591 |
0 |
|
Afschrijving desinvesteringen/buitengebruikstellingen |
12.591 |
0 |
|
Afschrijvingen |
-240.076 |
-215.068 |
|
Totaal mutaties 2025 |
96.651 |
125.583 |
|
Verkrijgingsprijzen |
15.720.252 |
15.383.525 |
|
Cumulatieve waardevermindering |
-8.221.071 |
-8.221.071 |
|
Cumulatieve afschrijvingen |
-3.021.744 |
-2.781.668 |
De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de eigen exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode. Hierbij wordt rekening gehouden met een eventuele restwaarde, onder toepassing van de componentenbenadering en gebaseerd op de volgende verwachte gebruiksduur:
grond geen afschrijving;
kantoorgebouwen lineair 10 - 50 jaar;
installaties/inventaris lineair 10 jaar;
vervoermiddelen lineair 5 jaar;
automatisering lineair 3 - 5 jaar.
Financiële vaste activa
|
Latente belastingvordering (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
4.179.997 |
4.068.920 |
|
|
Latente belastingvordering |
4.179.997 |
4.068.920 |
Bij een aantal jaarrekeningposten is sprake van tijdelijke verschillen tussen de waardering van activa en passiva volgens jaarrekeninggrondslagen en fiscale grondslagen. Verder is sprake van fiscaal compensabele verliezen. De hieruit voortvloeiende latente belastingvorderingen worden hierna toegelicht:
Materiële vaste activa in exploitatie
De grondslag bedraagt het commercieel-fiscale verschil, zoals deze ook zou zijn gehanteerd bij de nominale latentiewaardering. Echter, bij de waardering tegen contante waarde tendeert de latentie naar nihil. De verhuureenheden worden aangehouden met een exploitatiebestemming, waarbij als uitgangspunt is gehanteerd dat de gronden na de exploitatieduur worden ingebracht in een sloop/nieuwbouwproject. Om deze reden vindt een contante waardering plaats tegen een oneindige levensduur en vindt er zeer waarschijnlijk geen fiscale afwikkeling plaats.
Herinvesteringsreserve
De fiscale verkoopopbrengsten gedurende het boekjaar 2025 zijn gedoteerd aan de herinvesteringsreserve. Het saldo van de HIR wordt in boekjaar 2025 niet volledig aangewend. Naar verwachting zal het restant van de herinvesteringsreserve binnen de termijn van 3 jaar worden aangewend. Gezien de reserve in mindering wordt gebracht op de fiscale waarde van de materiële vaste activa in exploitatie welke contant wordt gemaakt tegen een oneindige looptijd, tendeert deze latentie eveneens naar nihil.
Afschrijvingspotentieel materiële vaste activa in exploitatie
Voor onroerende zaken in exploitatie met een fiscale boekwaarde boven de bodemwaarde (100% van de WOZ-waarde) is fiscale afschrijving mogelijk. Gezien er commercieel niet wordt afgeschreven, bedraagt het commercieel-fiscale verschil in het afschrijvingspotentieel ultimo 2025 € 1.844.964. Het nominale verschil per eenheid is contant gemaakt tegen de resterende fiscale looptijd met een maximum van 50 jaar.
Materiële vaste activa in ontwikkeling
De materiële vaste activa in ontwikkeling omvat nieuwbouwprojecten, waarbij de gronden van gesloopt vastgoed in bezit of aangekochte grond wordt ingebracht. De op te leveren eenheden zullen in exploitatie worden genomen, waardoor het commercieel-fiscale verschil contant wordt gemaakt tegen een oneindige looptijd en de latentie nihil bedraagt.
Onderhanden projecten
Per einde van het boekjaar bedraagt zowel het fiscale als commerciële saldo nihil, waardoor er geen sprake is van een latentie.
Voorraad
Voorraad grondposities
De per einde boekjaar aanwezige grondposities zijn allen aangetrokken met het doel om deze in te brengen in een vastgoed ontwikkelingsproject, waardoor de waarde naar verwachting zal worden opgenomen in de materiële vaste activa in exploitatie. Het commercieel-fiscale verschil wordt om deze reden contant gemaakt tegen een oneindige levensduur. De belastinglatentie tendeert naar nihil.
Voorraad woningen
De fiscale boekwaarden van de woningen in voorraad wijken, gezien de andere waarderingsgrondslag, af van de commerciële boekwaarden. Het commercieel-fiscale verschil bedraagt ultimo 2025 -/- € 196.087 (nominaal: -/- € 50.590). De nominale waarde is contant gemaakt voor een periode van één jaar, aangezien de woningen in 2026 worden verkocht.
Afschrijvingspotentieel MVA ten dienste van de exploitatie
Deze latentie ziet toe op het commercieel-fiscale verschil in de afschrijvingen van de materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie. Door afwijkende afschrijvingstermijnen en afwaarderingen wordt er fiscaal jaarlijks een hoger bedrag afgeschreven als commercieel. Het totale verschil in het afschrijvingspotentieel bedraagt € 1.844.964. De nominale waarde (€ 476.001) is contant gemaakt tegen de periode waarin fiscale afschrijving mogelijk is (11 jaar).
Waarde vastgoed verkocht onder voorwaarden
De nominale waarde van de latentie met betrekking tot de woningen verkocht onder voorwaarden (VOV) bedraagt 25,8% (VPB-tarief geldend vanaf 2022) van het fiscale saldo aan kooptussenvormen ultimo 2025 (€ 11.814.659). Het nominale bedrag is contant gemaakt voor de looptijd waarin de volledige portefeuille aan VOV-woningen is teruggekocht en daarmee definitief is afgewikkeld (18 jaar). Hierbij is rekening gehouden met de terug- en/of afkoop van 20 woningen per jaar.
Renteaftrekbeperking
Ook in 2025 is de rentelast niet volledig in aftrek genomen van het resultaat, door toepassing van earningstrippingmaatregel (renteaftrekbeperking). Het nog te verrekenen rentesaldo ultimo 2025 bedraagt € 25.704.818. De nominale waardering van € 6.631.843 wordt contant gemaakt tegen een oneindige looptijd, waardoor de latentie tot nihil tendeert.
Voorraden
Vastgoed bestemd voor verkoop
|
Vastgoed bestemd voor verkoop (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
4.998.425 |
3.651.817 |
|
|
Vastgoed bestemd voor verkoop |
4.998.425 |
3.651.817 |
De voorraad woningen wordt ultimo 2025 gevormd door 25 woningen (2024: 14 woningen). Het betreft 5 aangekochte VOV-woningen en 20 woningen die uit de exploitatie zijn gehaald met de bestemming verkoop. De waardering is gebaseerd op extern verrichte taxaties. De verwachting voor 2026 is dat deze woningen zullen worden verkocht tegen de marktwaarde.
Grondposities
|
Grondposities (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
3.075.000 |
5.295.766 |
|
|
Grondposities |
3.075.000 |
5.295.766 |
Ultimo 2025 betreft het 3 grondposities (2024: 4 grondposities), waarvan 2 grondposities met een bouwbestemming (2024: 3). De grondposities zijn gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde.
Vorderingen
Onder de vorderingen zijn geen posten opgenomen met een looptijd van langer dan een jaar.
|
Huurdebiteuren (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
641.254 |
594.133 |
|
|
Vertrokken huurders |
126.287 |
101.474 |
|
Zittende huurders |
752.045 |
695.179 |
|
878.332 |
796.653 |
|
|
Voorziening wegens oninbaarheid |
-237.078 |
-202.520 |
|
Overheid (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
- |
1.538 |
|
|
Overige vorderingen |
- |
1.538 |
|
Overige vorderingen (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
171.445 |
203.921 |
|
|
Overige vorderingen |
171.445 |
203.921 |
|
Overlopende activa (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
1.524.295 |
835.786 |
|
|
Af te rekenen met huurders/ kopers |
739 |
0 |
|
Vooruitbetaalde kosten |
1.296.057 |
673.399 |
|
Overige overlopende activa |
227.499 |
162.387 |
Liquide middelen
|
Liquide middelen (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
13.385.962 |
12.289.848 |
|
|
Rekeningen courant bankinstellingen |
13.381.436 |
12.285.397 |
|
Deposito / spaarrekeningen |
4.526 |
4.451 |
Eigen vermogen
Herwaarderingsreserve
De herwaarderingsreserve DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie betreft het positief verschil tussen de boekwaarde op basis van de marktwaarde (op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde) en de boekwaarde op basis van historische kosten exclusief afschrijvingen. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.
Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 1.284,5 miljoen (2024: 1.335,3 miljoen) in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Pré Wonen. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB vastgoed in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan DAEB woningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds-en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.
Voor de realiseerbaarheid van de waarde van de onroerende zaken in exploitatie en het hiermee samenhangende deel van de herwaarderingsreserve verwijzen wij naar het bestuursverslag.
|
Herwaarderingsreserve (in €) |
DAEB vastgoed in exploitatie |
Niet DAEB vastgoed in exploitatie |
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
|
Stand per 31 december 2025 |
2.162.387.694 |
158.974.392 |
42.095.043 |
2.363.457.129 |
|
Stand per 1 januari 2024 |
1.808.344.800 |
119.924.929 |
31.418.059 |
1.959.687.788 |
|
Mutatie herwaardering |
248.436.028 |
22.778.293 |
9.425.041 |
280.639.362 |
|
Stand per 31 december 2024 |
2.056.780.828 |
142.703.222 |
40.843.100 |
2.240.327.150 |
|
Stand per 1 januari 2025 |
2.056.780.828 |
142.703.222 |
40.843.100 |
2.240.327.150 |
|
Mutatie herwaardering |
105.606.866 |
16.271.170 |
1.251.943 |
123.129.979 |
|
Overige reserves (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
Stand per 31 december |
396.772.586 |
218.387.226 |
|
Stand per 1 januari |
218.387.226 |
636.737.853 |
|
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar |
301.515.342 |
-137.711.263 |
|
Mutatie naar herwaarderingsreserve |
-123.129.979 |
-280.639.364 |
Resultaat boekjaar
|
Resultaat boekjaar (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
Stand per 31 december |
157.598.651 |
301.515.342 |
|
Stand per 1 januari |
301.515.342 |
-137.711.263 |
|
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar |
-301.515.342 |
137.711.263 |
|
Resultaat boekjaar |
157.598.651 |
301.515.342 |
Het bestuur stelt voor om het resultaat aan de overige reserves toe te voegen.
Voorzieningen
Onrendabele investeringen en herstructureringen
|
Onrendabele investeringen en herstructureringen (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
17.055.262 |
6.141.011 |
|
|
DAEB vastgoed in exploitatie |
8.051.841 |
2.554.888 |
|
DAEB vastgoed in ontwikkeling |
9.003.421 |
3.586.123 |
De voorziening onrendabele investeringen betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten afgesloten ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwbouw huurwoningen, verduurzaming en/of renovaties waarvoor nog onvoldoende kosten zijn gemaakt om het bedrag daarop in mindering te brengen. De toevoeging aan de voorzieningen onrendabele investeringen betreft verschillende (sloop)nieuwbouwprojecten. De toevoegingen in exploitatie betreft de renovatie van de Heilige Hartschool, het complex gelegen aan de Munnikenweide en de complexen waarvan de EFG aanpak in uitvoering is.
De investeringen t.l.v. de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen betreffen de in minder gebrachte investeringskosten van de in het huidige boekjaar lopende en afgeronde (sloop-)nieuwbouw, renovaties en EFG aanpak.
De ontrekking/ terugname van waardevermindering betreft projecten waarvan de projecten minder verlieslatend zijn dan voorgaand jaar ingeschat. Een reden hiervoor kan stijgende marktwaardes in verhuurde staat na de ingreep zijn en/of lagere geprognotiseerde stichtingskosten.
|
DAEB vastgoed in exploitatie (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
Stand per 31 december |
8.051.840 |
2.554.888 |
|
Stand per 1 januari |
2.554.888 |
13.146.972 |
|
Toevoegingen |
19.383.417 |
3.323.410 |
|
Onttrekking |
-13.776.350 |
0 |
|
Investeringen t.l.v. ORT |
-110.115 |
-13.915.494 |
|
DAEB vastgoed in ontwikkeling (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
Stand per 31 december |
9.003.421 |
3.586.123 |
|
Stand per 1 januari |
3.586.123 |
3.502.958 |
|
Dotatie |
15.961.651 |
5.117.114 |
|
Onttrekking |
-2.390.237 |
-704.232 |
|
Investeringen t.l.v. ORT |
-8.154.116 |
-4.329.717 |
Overige voorzieningen
|
Overige voorzieningen (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
594.710 |
620.667 |
|
|
Voorziening deelnemingen |
237.879 |
245.242 |
|
Overige voorziening |
356.831 |
375.425 |
|
Voorziening deelnemingen (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
Stand per 31 december |
237.879 |
245.242 |
|
Stand per 1 januari |
245.242 |
247.571 |
|
Overige mutaties |
-7.363 |
-2.329 |
In verband met de negatieve nettovermogenswaarde van de deelneming Woonwagenstandplaatsen Kennemerland B.V. en het feit dat Pré Wonen ten dele instaat voor de schulden van de deelneming op grond van een aansprakelijkheidsverklaring, is een voorziening gevormd ter grootte van de uit dien hoofde te verwachten verplichtingen. De voorziening wordt gevormd nadat eerst de andere financiële belangen in de deelnemingen zijn afgewaardeerd.
|
Overige voorziening (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
Stand per 31 december |
356.831 |
375.425 |
|
Stand per 1 januari |
375.425 |
356.500 |
|
Dotatie |
57.668 |
28.035 |
|
Onttrekking |
-76.262 |
-9.110 |
Dit betreft een voorziening loopbaanbudget. Deze op naam (per medewerker) opgebouwde voorziening wordt in 5 jaar opgebouwd (5 x € 900 per jaar per medewerker op te bouwen). De voorziening neemt af zodra er gebruik van wordt gemaakt of zodra de medewerker uit dienst gaat.
Langlopende schulden
|
Langlopende schulden (in €) |
31-12-2025 |
Aflossings- verplichting 2026 |
Resterende looptijd 1 tot 5 jaar |
Resterende looptijd > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|
|
768.413.982 |
5.591.728 |
76.572.962 |
686.249.292 |
|
|
Schulden aan overheid |
20.020.799 |
6.775 |
20.007.249 |
0 |
|
Schulden aan kredietinstellingen |
660.013.051 |
5.584.953 |
56.565.713 |
597.491.524 |
|
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden |
88.308.435 |
- |
- |
88.308.435 |
|
Waarborgsommen |
78.472 |
- |
- |
78.472 |
Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na de afloop van het jaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. De aflossingsverplichting voor 2025 bedraagt € 5.591.728 (2024: € 15.760.135).
Er zijn geen schulden die als gevolg van het zich voordoen van bepaalde omstandigheden direct of binnen een jaar opeisbaar worden.
Voor een toelichting op de renterisico’s wordt verwezen naar paragraaf 'Financiële Instrumenten'.
De waarborgsommen worden uit hoofde van huurovereenkomsten van huurders BOG ontvangen en dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten. De waarborgsommen worden bij beëindiging van de huurovereenkomst verrekend. Er wordt geen rente toegerekend aan de waarborgsommen.
Er zijn geen contractuele hypothecaire zekerheden verstrekt aan overheden of kredietinstellingen inzake de langlopende schulden. De duur (duration) van de portefeuille bedraagt 13,2 jaar (2024: 15,6 jaar). De reële waarde van de leningenportefeuille ultimo 2025 bedraagt € 588 miljoen (in 2024: € 641 miljoen). Alle leningen zijn geborgd.
De gemiddelde rentevoet bedraagt:
Schulden aan overheid: 4,51% (2024: 4,51%)
Schulden aan kredietinstellingen 2,01% (2024: 1,91%)
Schulden aan overheid
|
Schulden aan overheid (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
Langlopend deel per 31 december |
20.007.249 |
20.014.024 |
|
Stand per 1 januari |
20.020.355 |
20.026.272 |
|
Aflossing |
-6.331 |
-5.917 |
|
Stand per 31 december |
20.014.024 |
20.020.355 |
|
Aflossingsverplichting komend boekjaar |
-6.775 |
-6.331 |
Schulden aan kredietinstellingen
|
Schuld aan kredietinstellingen (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
Langlopend deel per 31 december |
654.428.098 |
618.609.073 |
|
Stand per 1 januari |
634.362.434 |
595.384.293 |
|
Nieuwe leningen |
35.000.000 |
67.500.000 |
|
Mutaties roll-overlening |
6.500.000 |
-2.500.000 |
|
Afschrijving agio |
-89.248 |
-89.248 |
|
Aflossing |
-15.760.135 |
-25.932.168 |
|
Stand per 31 december |
660.013.051 |
634.362.877 |
|
Aflossingsverplichting komend boekjaar |
-5.584.953 |
-15.753.804 |
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
|
Verplichtingen inzake onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
Stand per 31 december |
88.308.435 |
89.335.900 |
|
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht |
50.457.452 |
51.952.202 |
|
Vermeerderingen / verminderingen |
38.878.448 |
31.481.543 |
|
Stand per 1 januari |
89.335.900 |
83.433.745 |
|
Af: teruggekochte onroerende zaken verkocht onder voorwaarden |
-2.268.582 |
-1.494.750 |
|
Terugkoop - herwaardering |
-1.835.237 |
-770.183 |
|
Terugkoop - historisch kostprijs |
3.076.354 |
8.167.088 |
|
Mutaties 2025 |
-1.027.465 |
5.902.155 |
|
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht |
48.188.870 |
50.457.452 |
|
Vermeerderingen / verminderingen |
40.119.565 |
38.878.448 |
De woningen welke zijn verkocht met een verkoop onder voorwaarden (VOV)-constructie kennen een latente terugkoopverplichting of -recht. De verplichting en/of recht bestaat uit de aan de huidige bewoners in rekening gebrachte koopsom vermeerderd of verminderd met de te verrekenen waarde mutatie van de woning. De verwachte waarde mutatie is bepaald op basis van recente verkopen en de marktontwikkelingen. Tevens worden waardeontwikkelingen bij mutaties van VOV-woningen onder deze post verwerkt.
Waarborgsommen
|
Waarborgsommen (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
78.472 |
62.111 |
|
|
Waarborgsommen |
78.472 |
62.111 |
Kortlopende schulden
Onder de kortlopende schulden zijn geen posten opgenomen met een looptijd van langer dan een jaar.
Aflossingsverplichtingen langlopende schulden
|
Aflossingsverplichtingen langlopende schulden (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
5.591.728 |
15.760.135 |
|
|
Schulden aan overheid |
6.775 |
6.331 |
|
Schulden aan kredietinstellingen |
5.584.953 |
15.753.804 |
Schulden aan leveranciers
|
Schulden aan leveranciers (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
7.193.072 |
5.239.431 |
|
|
Crediteuren |
7.193.072 |
5.239.431 |
Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen
|
Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
6.647.130 |
6.220.856 |
|
|
Vennootschapsbelasting |
735.157 |
2.048.759 |
|
Omzetbelasting |
5.050.702 |
3.466.086 |
|
Loonheffing |
553.242 |
552.867 |
|
Pensioenen |
308.029 |
153.144 |
De post vennootschapsbelasting betreft de naar verwachting te betalen belasting over het belastbaar bedrag van het boekjaar, rekening houdend met de fiscale faciliteiten en de fiscale waarderingsregels, berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten.
Overige schulden
|
Overige schulden (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
932.438 |
1.011.009 |
|
|
Vooruit ontvangen huren |
932.438 |
1.011.009 |
Overlopende passiva
|
Overlopende passiva (in €) |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
|---|---|---|
|
13.708.199 |
12.342.417 |
|
|
Transitorische rente |
6.886.442 |
6.891.790 |
|
Reservering verlofuren |
619.191 |
506.680 |
|
Overige te verrekenen / nog te betalen kosten |
5.003.663 |
4.198.705 |
|
Vooruitontvangen bedragen |
1.198.903 |
745.242 |
In de vooruitontvangen bedragen is een bedrag van € 741.242 opgenomen met betrekking tot een ontvangen overheidssubsidie. In 2025 is besloten om af te zien van deze subsidie, waardoor als gevolg deze in februari 2026 is terugbetaald.
Financiële instrumenten
Algemeen
De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico's die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten.
Doelstellingen en beleid inzake beheer financiële risico's
In het treasurystatuut wordt het gebruik van niet complexe derivaten onder voorwaarden toegestaan. Binnen het treasurybeleid van Pré Wonen dient het gebruik van afgeleide financiële instrumenten ('derivaten') ter beperking van inherente financiële risico's. Op grond van het vigerende interne treasurystatuut is het gebruik van derivaten slechts toegestaan voor zover er een materieel verband met de financieringspositie of het belegde vermogen kan worden gelegd. Derivaten mogen niet worden gebruikt voor het innemen van een speculatieve positie. Over het boekjaar heeft Pré Wonen geen posities in derivaten gehad.
De belangrijkste risico’s uit hoofde van de financiële instrumenten van Pré Wonen zijn het kredietrisico, liquiditeitsrisico en renterisico (prijs- en kasstroomrisico en marktrisico). Het beleid om deze risico’s te beperken is als volgt.
Het beleid van de groep om deze risico's te beperken is als volgt.
Kredietrisico
Dit betreft het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen jegens Pré Wonen kunnen voldoen.
Pré Wonen maakt gebruik van meerdere banken als tegenpartij teneinde kredietrisico te spreiden. Limieten zijn formeel vastgelegd in het treasurystatuut en naleving daarvan wordt voortdurend gemonitord.
Verder handelt Pré Wonen enkel met kredietwaardige partijen en heeft zij procedures opgesteld om de kredietwaardigheid vast te stellen en de omvang van het kredietrisico bij elke partij te beperken.
Liquiditeitsrisico
Dit betreft het risico dat Pré Wonen over onvoldoende middelen beschikt om aan haar directe verplichtingen te kunnen voldoen. Relevante indicatoren voor het liquiditeitsrisico wat Pré Wonen loopt per 31 december 2025 zijn als volgt:
|
(x €1.000) |
|
|---|---|
|
Openstaande verplichtingen m.b.t. onderhoud en investeringen ultimo 2025 |
63.214 |
|
Saldo liquide middelen |
13.386 |
|
Bestedingsruimte roll-overlening |
0 |
|
Kredietlimiet (nog niet benut) |
2.000 |
|
Borgingsruimte WSW * |
65.698 |
|
Beschikbare middelen ultimo 2025 |
81.084 |
De in bovenstaand overzicht opgenomen investeringsverplichting, betreft de thans contractueel aangegane investeringsverplichting voor projecten nieuwbouw- en renovatieprojecten. Dit betreft een meerjarige verplichting die opvraagbaar is naar rato van voortgang van de onderliggende projecten.
Investeringsverplichtingen worden uitsluitend aangegaan indien Pré Wonen zeker heeft gesteld dat hiervoor financiering beschikbaar is vanuit de meerjarenbegroting of is toegezegd.
Ter spreiding van het liquiditeitsrisico maakt Pré Wonen gebruik van meerdere banken. Voor zover noodzakelijk, worden nadere zekerheden verstrekt aan de bank voor beschikbare kredietfaciliteiten. De vervalkalender van de bestaande leningenportefeuille wordt constant gemonitord.
Het risico dat toekomstige kasstromen verbonden aan een monetair financieel instrument in omvang fluctueren is minimaal, aangezien de langlopende vorderingen en schulden grotendeels vastrentend zijn. Pré Wonen loopt geen liquiditeitsrisico uit hoofde van een derivatenportefeuille.
Renterisico (prijs- en kasstroomrisico's)
Pré Wonen loopt renteprijs- en rentekasstroomrisico’s over de rentedragende vorderingen (met name begrepen onder financiële vaste activa), liquide middelen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Pré Wonen maakt geen gebruik van derivaten om dit risico af te dekken.
In het renterisicoprofiel is het renterisico van Pré Wonen vanaf 2025 weergeven. Hieruit blijkt dat in geen enkel jaar het renterisico boven de 10% stijgt. In de financieringsstrategie is de doelstelling geformuleerd om jaarlijks een renterisico van maximaal 10% te hebben, met daarbij een herfinancieringsrisico van minimaal 4%.
Renteprijsrisico's leningen overheid en kredietinstellingen
Ter beoordeling van het renterisico dat de stichting loopt, zijn de leningen in onderstaand overzicht ingedeeld in groepen van overeenkomstige contractueel overeengekomen rentepercentages en looptijden (in duizenden euro’s):
|
Restant looptijd hoofdsom |
tot 1% |
1% tot 2% |
2% tot 3% |
3% tot 4% |
> 4% |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
|
Totale langlopende schulden |
297.220.000 |
25.000.000 |
67.300.000 |
168.745.680 |
121.913.850 |
680.033.850 |
|
0 tot 5 jaar |
15.000.000 |
- |
0 |
600.000 |
51.571.465 |
67.171.465 |
|
6 tot 10 jaar |
75.000.000 |
- |
12.500.000 |
40.000.000 |
- |
127.500.000 |
|
11 tot 15 jaar |
60.000.000 |
- |
- |
- |
40.000.000 |
100.000.000 |
|
16 tot 20 jaar |
30.000.000 |
- |
19.800.000 |
28.000.000 |
30.000.000 |
107.800.000 |
|
21 tot 25 jaar |
72.220.000 |
- |
- |
- |
- |
72.220.000 |
|
> 25 jaar |
45.000.000 |
25.000.000 |
35.000.000 |
75.000.000 |
- |
180.000.000 |
|
Vastrentende leningen |
297.220.000 |
25.000.000 |
67.300.000 |
143.600.000 |
121.571.465 |
654.691.465 |
|
Roll-overlening variabele hoofdsom |
25.000.000 |
25.000.000 |
||||
|
Totale leningenportefeuille |
297.220.000 |
25.000.000 |
67.300.000 |
168.600.000 |
121.571.465 |
679.691.465 |
|
Niet opgenomen deel Roll-overlening variabele hoofdsom |
- |
- |
||||
|
Agio overgenomen leningen Zandvoort |
145.680 |
342.385 |
488.065 |
De effectieve rentevoet van de leningen overheid en kredietinstellingen bedraagt gemiddeld 2,08% (2024: 1,99%).
Hierna worden de renterisico's van de leningenportefeuille per lening soort toegelicht:
Vastrentende leningen
De rente van de vastrentende leningen is voor de gehele looptijd gefixeerd dan wel tot het renteherzienings-moment. Het risico van deze leningen betreft:
op het moment van renteherziening indien de rente hoger dan wel lager is dan de oude contractrente;
de herfinanciering van de tussentijdse en eindaflossingen van de lening in een nieuwe lening met een hogere dan wel lagere rente.
Variabel rentende lening
De rente van de variabel rentende leningen (wekelijkse roll-over leningen met variabele hoofdsom) is gebaseerd op 1 weeks Euribor. De rente van de roll-over lening is opgebouwd uit het Euribor percentage en een kredietopslag.
De basisrenteleningen hebben een rentetarief dat bestaat uit twee componenten, zijnde een basisrente en een kredietopslag. De basisrente geldt voor de volledige looptijd van de leningen. De kredietopslag geldt voor de overeengekomen periode, waarbij de eerste minimale looptijd vijf jaar bedraagt. Na acht jaar dient een nieuwe kredietopslag met de bank overeengekomen te worden. De kredietopslag van de huidige basisrentelening bedraagt 20,5 basispunten.
Kasstroomrisico's leningen overheid en kredietinstellingen
Onderstaande vervalkalender van de leningenportefeuille geeft inzicht in de opbouw van onze leningenportefeuille (in duizenden euro’s):
Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt Pré Wonen risico ten aanzien van toekomstige kasstromen als gevolg van wijzigingen in de rentestanden.
Per financieringsbesluit maakt Pré Wonen een bewuste keuze over het aantrekken van een lening tegen vaste rente of van een lening tegen variabele rente. De criteria op basis waarvan wordt gekozen zijn vastgelegd in het treasurystatuut en omvatten: (a) de financieringsbehoefte, (b) de mate waarin de aan te trekken leningen passen in een zo gelijk mogelijk in de tijd verspreiden van betaaldata, vervalkalender en renteherzieningsmomenten en (c) de per saldo hiermee gemoeide kosten. Hierbij wordt uitsluitend gekozen voor rentederivaten indien hierbij minimaal dezelfde criteria als onder (b) worden gerealiseerd maar tegen per saldo lagere kosten dan bij het aantrekken van leningen met een vaste rente. Bovendien dienen financiële instrumenten tot een volledige effectieve hedge te leiden, dat wil zeggen dat betaaldata en hoofdsom van variabel rentende leningen gelijk zijn aan betaaldata van de onderliggende waarde (notional value) van de derivaten en de ingangs- en einddatum van het derivaat gelijk zijn aan de ingangs- en einddatum van de variabel rentende lening, of volledig daarbinnen vallen.
Omdat Pré Wonen op dit moment weinig gebruik maakt van variabele renteafspraken nemen de rentelasten niet direct toe bij een stijging van de marktrente.
Beschikbaarheidsrisico
Het verkrijgen van financiering is geen vanzelfsprekendheid in het huidige tijdperk. Pré Wonen financiert hoofdzakelijk onder borging van het WSW. Momenteel is financiering onder borging van het WSW ruim voldoende beschikbaar, tegen redelijke tarieven met lange looptijden. Ongeborgde financiering is op dit moment lastiger aan te trekken.
Reële waarde
Voor vastrentende langlopende leningen loopt Pré Wonen het risico dat de reële waarde van de leningen zal dalen respectievelijk stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. reële waarderisico). Voor deze schulden worden geen financiële derivaten uit hoofde van veranderingen in de marktrente afgesloten.
Voor de berekening van de reële waarde van de leningenportefeuille wordt gebruik gemaakt van de risicovrije rentecurve, zonder opslag voor AAA-rated obligaties. De reële waarde van de leningenportefeuille ultimo 2025 bedraagt € 588 miljoen (in 2024 € 641 miljoen). Voor de reële waarde van de overige in de balans en niet in de balans opgenomen financiële instrumenten is de reële waarde gelijk aan de boekwaarde.
Onder de leningen is één basisrentelening opgenomen voor een bedrag van € 30.000.000. Op deze lening wordt een vaste basisrente betaald van 3,775% (2024: 3,775%), de credit spread die wordt betaald wordt periodiek herzien. De huidige credit is per april 2020 voor 9 jaar vastgesteld op 0,205%. Als op het moment van credit spread herziening geen akkoord met de kredietinstelling wordt bereikt over de hoogte ervan is de lening opeisbaar en dient er een break cost te worden betaald gelijk aan de netto contante waarde van het verschil tussen de dan geldende marktrente en de in de lening overeengekomen basisrente.
Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
Voorwaardelijke verplichtingen
WSW obligoverplichting
Leningen van toegelaten instellingen, die deelnemer zijn van het WSW worden door het WSW geborgd. Het WSW stelt zich borg jegens de geldgever voor de betaling van de leningsverplichtingen. Dat gebeurt via een jaarlijks gemaximeerde obligoheffing en een 'gecommitteerd obligo'. Het gecommitteerd obligo is vanuit het WSW zeker gesteld door middel van een door deelnemers af te sluiten obligolening.
Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,34% van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar. Voor boekjaar 2025 bedroeg dit percentage 0,0269% (2024: 0,0297%) resulterend in een jaarlijkse obligoheffing van € 177.661 (2024: € 183.810) voor Pré Wonen.
Daarnaast zijn corporaties verplicht een obligolening af te sluiten. De obligolening is een onderdeel van het borgstelsel van WSW en is een lening met een variabele hoofdsom waarop in beginsel niet getrokken wordt. Zolang er niet getrokken wordt op de obligolening, betalen corporaties over het niet opgenomen deel een bereidstellingsvergoeding aan de geldgever.
Deze obligolening is een door WSW geborgde variabele hoofdsomlening die de woningcorporatie aangaat met een geldgever en waarvan na trekking de gelden rechtstreeks worden gestort op een daartoe aangewezen rekening van WSW. Jaarlijks stelt WSW de omvang van dit gecommitteerd obligo vast op basis van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar.
Met deze obligoregeling staan toegelaten instellingen als deelnemer van het WSW garant voor elkaar. Per 31 december 2025 heeft Pré Wonen een aangegane obligolening van € 17,7 miljoen die niet is getrokken (2024: € 16,1 miljoen) Deze obligolening kan worden getrokken indien de borgstellingsreserve (risico- of garantievermogen) van het WSW niet voldoende is om op grond van aanspraken van geldgevers de betalingsverplichtingen van WSW-deelnemers over te nemen.
Heffing voor saneringssteun
De Autoriteit Woningcorporaties (Aw) heeft aan de corporatiesector in het verleden een heffing voor saneringssteun opgelegd. Het WSW heeft bij de opvraag van de prognose-informatie 2025-2029 aangegeven dat er geen rekening gehouden moet worden met een heffing voor saneringssteun in deze jaren.
Verbonden partijen
Pré Wonen heeft een belang van 36,11% in Woonwagenstandplaatsen Kennemerland B.V. Daarnaast neemt Pré Wonen deel in VOF De Remise (50%).
Meerjarige financiële verplichtingen
Operationele lease
Pré Wonen heeft als lessee operationele leasecontracten voor auto's, kopieermachines en koffiemachines afgesloten. De toekomstige minimale leasebetalingen daarvan zijn als volgt te specificeren:
Binnen één jaar: € 62.207
Tussen een jaar en vijf jaar: € 131.606
Meer dan vijf jaar: € 0
De leaseovereenkomsten voor auto's hebben een gemiddelde resterende looptijd van 27 maanden waarbij de leasebetaling een vast bedrag per maand is over de gehele leaseperiode. Na afloop van de overeenkomsten heeft de corporatie de optie de auto's te kopen tegen de op dat moment geldende marktwaarde. Er is geen sprake van voorwaardelijke leasebetalingen.
Huurverplichtingen
Het jaarlijkse bedrag van met derden aangegane huurverplichtingen van onroerend goed bedraagt in totaal € 24.896 per jaar.
De einde-looptijd van de lopende huurverplichtingen zijn:
opzegtermijn van 1 maand (€ 0 p.j.) (contract heeft een looptijd van onbepaalde tijd)
opzegtermijn van 2 maanden (€ 4.172 p.j.) (contract heeft een looptijd van onbepaalde tijd)
opzegtermijn van > 2 maanden (€ 20.724 p.j.) (contract eindigt in 2026)
Investeringsverplichtingen
Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor nieuwbouw huurwoningen tot een bedrag van € 76,0 miljoen, zijnde het verschil tussen de afgesloten contracten en de per balansdatum uitgevoerde werkzaamheden. Deze verplichtingen komen naar verwachting tot afwikkeling in een periode van 1 tot 3 jaar na balansdatum.
Onderhoudsverplichtingen
Pré Wonen is per einde boekjaar voor een bedrag van € 14,6 miljoen onderhouds-, duurzaamheids- en renovatieverplichtingen aangegaan, waarvan de werkzaamheden nog per balansdatum moeten worden uitgevoerd.
Bedrijfslasten
Pré Wonen is per einde boekjaar voor een bedrag van € 1,6 miljoen verplichtingen uit hoofde van bedrijfslasten aangegaan, waarvan de werkzaamheden nog per balansdatum moeten worden uitgevoerd.
Niet in de balans opgenomen activa
Verkoop onder voorwaarden
Door Pré Wonen zijn ultimo het verslagjaar 285 contracten afgesloten die kwalificeren als verkoop waarvoor een terugkooprecht geldt met een marktwaarde van €101,9 miljoen. Er zijn 35 verhuureenheden verkocht met een terugkoopplicht met een marktwaarde van €14,6 miljoen.
De ontwikkeling in de marktwaarde wordt bepaald op basis van NVM marktinformatie koopwingen. Er wordt geen aparte taxatie gemaakt. Indien er actuele transacties zijn geweest (aankoop of verkoop) is de taxatie die daarbij moet worden uitgevoerd leidend. Bij ontbreken van actuele transacties wordt gekeken of de woning vergelijkbaar is met het eigen bezit. De woning kan uit het bezit verkocht zijn of bij nieuwbouw als alternatief voor verhuur verkocht zijn. In beide gevallen kan de ontwikkeling afgeleid worden van de taxatie van het eigen bezit in verband met de balanswaardering. Indien geen relatie kan worden gelegd met het eigen bezit wordt de gemiddelde ontwikkeling van het betreffende type op die locatie toegepast. Dit wordt aangegeven door de taxateur op basis van NVM-cijfers.
Recht van (terug)koop
Een perceel grond, gelegen aan Kleine Houtweg te Heemskerk, kadastraal bekend gemeente Heemskerk, sectie E, nummers 311 en 835, groot respectievelijk 4.070 m2 en 3.780 m2 (tezamen 7.850 m2) is door Stichting Pré Wonen verkocht op 13 augustus 2019 met een 10 jarig recht op terugkoop. Dit is vastgelegd in de verkoopakte en gaat binnen deze 10 jaar ook over op eventuele volgende kopers van het perceel. Het recht vervalt van rechtswege zodra 10 jaar zijn verstreken na de juridische levering van het perceel.
Een perceel grond, gelegen tussen de Rijksstraatweg en Wentweg te Heemskerk, kadastraal bekend gemeente Heemskerk, sectie E, nummers 2395, groot 14.300 m2 is door Stichting Pré Wonen verkocht op 5 augustus 2019 met een 10 jarig recht op terugkoop. Dit is vastgelegd in de verkoopakte en gaat binnen deze 10 jaar ook over op eventuele volgende kopers van het perceel. Het recht vervalt van rechtswege zodra 10 jaar zijn verstreken na de juridische levering van het perceel.
Een perceel agrarische grond, gelegen nabij Hondbosseweg 6 te Heemskerk, kadastraal bekend gemeente Heemskerk, sectie E, nummer 2677 (v/h 1699), groot 7.260 m2 is door Stichting Pré Wonen verkocht op 23 juli 2020 met een 10 jarig recht op terugkoop. Dit is vastgelegd in de verkoopakte en gaat binnen deze 10 jaar ook over op eventuele volgende kopers van het perceel. Het recht vervalt van rechtswege zodra 10 jaar zijn verstreken na de juridische levering van het perceel.
Een perceel agrarische grond, gelegen nabij Hondbosseweg 10 te Heemskerk, kadastraal bekend gemeente Heemskerk, sectie E, nummers 2675, 1872 en 1995, groot 9.087 m2, 6740 m2 en 24 5m2 (tezamen 16.063 m2) is door Stichting Pré Wonen verkocht op 30 september 2020 met een 10 jarig recht op terugkoop. Dit is vastgelegd in de verkoopakte en gaat binnen deze 10 jaar ook over op eventuele volgende kopers van het perceel. Het recht vervalt van rechtswege zodra 10 jaar zijn verstreken na de juridische levering van het perceel.
Pré Wonen heeft het recht verkregen om, in het Plangebied aangeduid met Haarlem II sectie Q nummer 922, 984, 1391, 1474, 1271 en 1473, zonder vergoeding van grondkosten 50 sociale huurwoningen in het zuidelijke deel van het plangebied te realiseren met een daarbij behorend aantal (gebouwde) parkeerplaatsen.
In 2025 is een koopovereenkomst getekend voor de verkoop van 8 woningen en 6 bedrijfsruimten in Beverwijk. De levering vindt naar verwachting in 2026 plaats nadat voldaan is aan alle leveringsvoorwaarden. Per balansdatum is dit niet het geval en zijn niet alle rechten en verplichtingen overgedragen.